There are 210 cards in this lesson
Vokabeln
This lesson was created by Schnebi90.
Learn lesson
back |
next
1
/
5
-
während
tijdens
-
oft
vaak
-
Schreibblock
schrijfblok
-
Kalender
de agenda
-
wieder
weer
-
Es tut mir leid
Het spijt mij
-
freuen
verheugen
-
gesellig, gemütlich, angenehm
gezellig
-
froh
blij
-
an
aan
-
tausend
duizend
-
(eben) mal
even
-
Fest
het feest, het feestje
-
wie
hoe
-
hundert
honderd
-
Haus
het huis
-
-
Der Friseur
de kapper
-
kennen lernen, Bekannstschaft machen
kennismaken
-
kommen
komen
-
Der Schalter
het loket
-
aber
maar
-
Darf ich mich (eben) vorstellen?
Mag ik me even voorstellen?
-
auch
ook
-
auf
op
-
angenehm
prettig
-
Das Heft
het schrift
-
wo
waar
-
woher
waar... vandaan
-
was
wat
-
welche/r/s
welk/e
-
arbeitslos
werkloos
-
Wohnort
de woonplaats
-
-
Das Wort
het woord
-
Abend
de avond
-
abends
's avonds
-
bei
bij
-
danke
dank je/u
-
es gibt
er zijn
-
irgendwo
ergens
-
Wie geht's so?
Hoe gaat het ermee?
-
kein/e
geen
-
gerne
graag
-
sehr viel/e
heel veel
-
Der Herbst
de herfst
-
Gut, wirklich gut!
Goed hoor!
-
Ich habe Geburtstag.
Ik ben jarig.
-
lassen
laten
-
prima
lekker
-
der Frühling
de lente
-
nett
leuk
-
back |
next
1
/
5