173
Niederländisch (Subject) / Lektion 8 (Lesson)
Advertisement
- Aufschrift het opschrift
- Flämisch, flämisch Vlaams
- Pommes de friet
- FLandern Vlaanderen
- betreffen betreffen
- FLame, FLämin de Vlaming
- einen gut gedeckten Tisch gniessen genieten van een rijke tafel
- Sorte de soort
- Hochzeit het huwelijk
- wird gebraut wordt gebrouwen
- Advertisement
- 16. Jahrhundert 16de eeuw
- Kaufleute kooplieden
- Zentrum het centrum
- Welthandel de wereldhandel
- mit allerlei exotischen Prdoukten met allerlei exotische producten
- Kartoffel de aardappel
- TOmatnesuppe de tomaat
- Gewürz 1. het kruid 2. de specerij
- ausserdem bovendien
- reich rijk
- Gemüsetradition de groentetraditie
- Gemüse de groenten
- Spargel de asperge
- Rosenkohl de spruitje
- Chicorée de witlof
- Zuckererbsen doperwten
- Kopfsalat de kropsla
- Möhre, Karotte het worteltje
- entwickeln ontwikkelen
- verfeinern verfijnd
- Advertisement
- bis vor kurzem tot voor kort
- Französisch Frans
- Küche de keuken
- dominierend dominant
- immer mehr steeds meer
- Spitzenrestaurant het toprestaurant
- Gericht het gerecht
- Garnele de garnaal
- Kaninchen het konijn
- Pflaume de pruim
- Schmorgericht de stoverij
- Eintopfgericht de hutspot
- heiss heet
- Fett,Öl het vet
- gebraten gebakken
- Qualität de kwaliteit
- Service de service
- guter Geschmack de goede smaak
- Metzger de slager
- Schlange stehen in de rij staan