63
CW (Fach) / CW (Lektion)
CW
Diese Lektion wurde von Sophielotta erstellt.
Diese Lektion ist leider nicht zum lernen freigegeben.
Anzeige
- Ontologie wat is werkelijkheid/waarheid?
- Epistemologie Hoe wordt kennis gecreeerd?
- Axiologie Rol van waarden
- postpositivistisch gebaseerd op empirisch observatie (wetenschappelijke methode)--> kwantitatief onderzoekverklaren - voorspellen - beheersen O: menselijk gedrag voorspelbaar, onderzoekbaar, werkelijkheid bestaatE: systematisch onderzoek/waarnemimgA: waardevrij, objectief
- culturele hermeneutisch/interpretatiece theorie --> kwalitatief onderzoekanalyseren van inhoud/structuur van communicatiebegrijpen wat er gebeurt --> hoe en waaromwaarheid is construeert door mensen, gebaseerd op eigen interessen/interactie O: geen ware werkelijkheid --> zelfconstrueerdE: subjectieve interactie tussen wetenschapper en samenlevingA: invloed van waarden van de onderzoeker
- kritische theorie verzoekt wetenschap te veranderen--> wetenschap zit niet goed in elkaar --> massamedia houden dit instandwerkelijkheid ontstaat in communicatieprocessen O: product van interactie tussen structuur (regels/normen) en agency (hoe men zich gedragt)E: kennis wordt verbeterd wanneer mensen worden bevrijdt van invloeden die sterker zijn dan de mensA: heel veel normen en waarden
- normatieve theorie beoordeelt media op basis van normenzegt hoe mediasysteem moet werken om ideale sociale waarden te realiserenwaarheid alleen waar mediasysteem bestaatO: wat men kan weten van een mediasysteem kan men alleen weten van het sociale systeem waarin het bestaatE: kennis uit vergelijking van mediasysteem met ideaalA: waarden staan centraal
- kenmerken Almachtige media bereiken iedereeneenrichtingsverkeerstimulus-responsmodel: direct effectontvanger kritiekloos en passiefmassamens vs. eliteinvloed alleen slechtontvanger neemt alles op
- Tönnis - Gemeinschaft vs. Gesellschaft traditionele volkeren en hun culturen vs. moderne industriele maatschappij gemeinschaft: netwerk van persoonlijke relaties, vaste rolverdelinggesellschaft: onpersoonlijke relaties --> samenleving wordt anoniemer
- Durkheim - mechanische vs. organische solidariteit volksculturen, gebonden in traditionele sociale rollen (tandwiel) vs. moderne sociale orders (lichaams-cellen) = groeien, ontwikkelenmechanisch: vergelijking met machine, onderdelen hebben vaste functieorganisch: minder strakke verdeling, functiedifferentiatie in organisme
- Anzeige
- Propaganda (Lasswell 1927) gedrag en ideeen van mensen veranderensuccesvol als mensen denken ze hebben iets zelf bedachtkenmerken: versimpeling, herhaling, gebruik van massamedia en collectieve symbolenleugen, onwaarheden, overdrevene boodschappentries to learn you what to think (manipulatie)
- name calling het aanduiden van iets met een woord met negatieve connotatie
- glittering generality 1. het anduiden van iets met positieve connotatie2. slogans en simpele catchphrases3. vage, algemene uitspraken zonder ondersteunende bewijs
- transfer door associatie met positieve eigenschappen van andere object wordt iets acceptabler--> eigenschappen worden overgebracht (getransfeerd)
- testimonial gerespecteerde persoon om iets te bevestigen
- plain folks idee "van het volk", opvatting zijn dus normaal
- bandwagon mensen sluiten zich graag aan bij een nieuwe trend. grote groep nodig--> trend/richting wordt suggereerd
- card stacking selectieve presentatie van argumenten.positieve of negatieve zin wordt afgeschilderd.
- Behaviorisme (Watson) alle menselijke activiteit/gedrag is een geconditioneerde respons (reactie) op externe stimulimensen reageren direct op externe stimuli
- Freudianisme gedrag komt voort uit conflicten tussen eigen identiteit
- radicaal libertarianisme --> normatieve theoriengeen regels/wetten over mediabewerkinggeloof in een goede/rationele publiek en ongeregelde mediavrijheid onbeperkt (free press/first amenment absolutists)
- technocratic control --> normatiece theorien directe controle van media (door regering/commissies)media zijn niet te vertrouwenprofessionele experts moeten toezien op media
- zelfregulerende "marketplace of ideas" --> normatieve theorieen geen behoefte publiek te beschermenallee ideeen voorgelegd --> publiek kiest het besteSmith's vrije markt-idee
- social responsibility theorie hoofd-normatieve theorien (1940) compromiss tussen radicaal lib. en technocrat. controlbenadrukt behoefte voor onafhankelijke media, die objectief is media ligt in de handen van mediamakersmoeten bepaalde verplichtingen vervullen (geweld, strijd, criminaliteit vermijden - pluralistisch zijn = diversiteit van maatschappij laten zien)--> stem van alle mensen krijgen
- limited effect theorie - Klapper 1960 zender - boodschap --> intervenierende/medierende factoren --> ? ontvanger effecten zijn beperkt, indirectinvloed afhankelijk van verschillende factorenmedia heeft weinig tot geen effect
- 6 intervenierende/medierende factoren (Limited effect theorie) 1. selectieve blootstelling2. selectief waarnemen en onthouden3. afweging: mediaboodschap wordt vergeleken met normen en opvattingen 4. interpersoonlijke verspreiding van inhoud5. opinieleiderschap6. commerciële karakter van massamedia: oriënteren op behoeften van de markt (feedback loops)
- two step flow (lazarsfeld) mediaboodschappen stromen vanuit de media via opinieleiders naar opinievolgers --> verspreiding van boodschap door interpersoonlijke communicatie opinieleiderschap:- persoonlijkheid (wie men is)- competentie (wat men weet)- positie (wie men kent) generalisaties: - meestaal geen directe invloed- invloed over twee stappen, mensen geen geisoleerde individuen- sociale categorieen vormen vaak barrieres
- attitudes change theory (Hovland) het beinvloeden van de houding van mensenMedia-effect afhankelijk van kenmerken van zender (geloofwaardigheid van de bron), boodschap en ontvanger (aanwezige kennis, houding t.o.v. zender)Hovland wilde elementen opsporen die attituden zou kunnen beinvloedenhogere geloofwaardigheid = grotere invloed op attitudeveranderinggrotere groep = meer lijken hun attituden = zwarer te veranderencognitief, affectief, gedragsintentie generalisaties:- effecten zelden direct- invloed van individuele en sociale invloeden, kunnen effecten verzachten/versterken
- dissonantietheorie (Festinger) Als bestaande attitude bedreigt wordt door tegenstrijdige informatie, streeft men naar interne consistentie --> dissonantie-reductie door selectieve processen in mediablootstelling en -verwerking selectieve retentie (herinneren van informatie met de meeste betekenis)selectieve blootstelling (die eigen opvatting aansluiten)selectieve perceptie (veranderen zodat ze aansluiten)
- Functionalisme maatschappij = system in balans samenleving = heel complex organisme van verschillende factoren die elkaar beinvloeden
- Anzeige
- Systeemtheorie systemen horen bij elkaar, hebben onderlinge relatiesverandering ergens = verandering in hele systeem Massamedia als systeem = Feedback loops
- classic 4 functions (Charles R. Wright) 1. surveillance (observatie van de milieu)--> we weten iets door de media2. correlation (van delen van maatschappij in reactie tot de omgeving = verhoudingen)--> we weten een causaal verband door de media 3. transmission (overdracht van sociaal-cultureel erfgoed)4. entertainment
- social cognitieve theory (sociaal leren) - Bandura kinderen leren gedrag door observatie van de media. Modelleren kan versterkt of verzwakt worden door belonen/straffen leren door interactie, observatie en beloningstimulus-response lering (imitatie, identificatie)modeling = leren van gedrag door observatie
- inhibitory effects zien van bestraffing = vermindering iets te doen
- disinhibitory effects zien van beloning/goedkeuring = versterking iets te doen
- vicarious reinforcement plaatsvervangend (nachempfundene) versterking = je hoeft het niet zelf te voelen
- reinforcement contingencies eventuele versterkingkomt op belangrijkheid van beloning/straf aan --> behavioral history = waarschijnlijkheid iets na te doen
- social prompting inhibitory effect valt in een andere situatie weer weg (verschuiving op behavioral history)
- cognitief neo-associationisme - Berkowitz zien van iets in media onder bepaalde context verhoogt kans dat dit in gedragsbeslissingen wordt ingezet
- priming effects (cognitief neo-associationisme) presentaties van aggressive cues in andere context activeren associatieve netwerk --> verhogen kans/bereidheid vergelijkbare meningen te ontwikkelenpriming = activering van associatieve netwerken
- socialisatietheorie (Bronfenbrenner) media als socialisator (rolmodel van die man leert)macrosysteem - exo-/Mesosysteem - Microsysteemfiguren uit media toebheoren voor kinderen in microsysteem!
- Uses & gratifications benadering mensen selecteren en gebruiken bepaalde media(inhoud) actief om bepaalde behoeften te bevredigen - mensen hebben invloed op eigen media-interactie- bekeken communicatieproces vanuit ontvanger- publiek = geen homogene massa --> individueel mediagebruik
- kenmerken Uses & gratifications benadering - publiek is actief- mediagerbuik is doelgericht- media concurreren met andere bronnen- verband tussen behoeften en mediakeuze- mediagebruik kan wijd spectruum aan behoeften bevredigen (ontspanning + parasociale interactie, surveillance (op de hoogte zijn), interpersoonlijke bruikbaarheid- behoeften zijn niet af te leiden van mediainhoud--> doel van bron en intentie van publiek kunnen afwijken--> maar media-inhoud structureerd mogelijkheden
- cultural studies - focus op veranderingen op het niveau van samenleving (cultuur), niet op effecten- wat gebeurt er ondertussen nog meer?- welke bijdrage voor socialiseringsprocess?definities van realiteit, identiteitsconstructie --> media representeren werkelijkheid (construeren werkelijkheidsbeeld)onderzoek draait om de wijze- waarop we in een cultuur werkelijksbeeld construeren- hoe we onszelf daarin plaatsen- de rol van de media daarbij
- discourstheorie (cultural studies) er is een werkelijkheid maar ons begrip ervan wordt bemiddeld door onze symbolische representatiesystemen (discourses)--> beinvloeding/verandering van wereldbeelden door media = culturele constructie (door onszelf)
- microscopic interpretatieve theorien (cultural studies) focus op hoe individuen media gebruiken om betekenissen te creeren die het alledaagse leven structurerenlezer interpreteert boodschap op 3 manieren:- preferred reading (interpretatie zoals zender wilde)- negotiated ... (bedoelde kennis wordt veranderd, aangepast)- oppostional ... (andere interpretatie dan bedoelt)- critique of silence (weigeren van interpretatie)
- macroscopic structural theorien (cultural studies) focus op hie media-industrie media gebruiken om winst te makenpropageren hegemonistische cultuur (dient belangen van heersende klasse) om dominante positie te bewaren (Marx)creeren vals bewustzijn die met eigen belangen strijdig zijn om macht van elite te versterken (ideology)--> individuen worden beinvloed van ideologysubstructuur bepaalt superstructuurboodschap = koopwaar
- symbolisch interactionisme (cultural studies) mensen geven betekenis aan symbolen en deze betekenissen controleren ze we begrijpen onszelf in termen van rollen die we in onze cultuur aannemen (we leren rollen aan door interactie, internaliseren deze en ze worden deel van onze identiteit)ons gedrag wordt gereguleerd door kennis van sociale regels
- Goffman schema 1./5. alledaagse ontmoeting2./6. aandacht op cues in alledaagse situaties3./7. decodering van alledaagse communicatie4. frame ontwikkeld voor interpretering van menselijk handelingen5./1. blootstelling aan media6./2. aandacht op cues in de media7./3. decodering van alledaagse communicatie
- cultural indicatorsbenadering (Gerbner) aandacht aan publiek + media-inhoud tv cultiveert een beeld van de werkelijkheid --> heeft complex significant rol + is bron van roldefinitied--> storytelling door media- cultivering = constructie van vaste beelden over het leven en de maatschappij --> hoe we zou moeten gedragen- culturele indicatoren = elementen in media die onze cultuur weerspiegeln, hoe ze in elkaar zit- MSA/IPA/CA-mainstreaming/resonance