29

Niederländisch Vokabeln (Fach) / Vokabeln 1B- E (Lektion)

Welkom! ISBN: 978-3-12-528880-5

Diese Lektion wurde von MrLagger98 erstellt.

Lektion lernen

Anzeige
  • ausfüllen invullen
  • richtig juist
  • mit met
  • Zug de trein
  • dort, da daar
  • bei bij
  • Bank de bank
  • aber maar
  • oft vaak
  • Belgien België
  • Anzeige
  • haben hebben
  • Freund de vriend
  • sitzen zitten
  • gegenüber tegenover
  • lang, lange lang
  • dann dan
  • immer altijd
  • schlafen slapen
  • Präsens de onvoltooid tegenwoordige tijd
  • Präsens het presens
  • finite Verbform, finite Verbformen de persoonsvorm, de persoonsvormen
  • schon al
  • sprechen, aussprechen spreken, uitspreken
  • Verb, Verben het werkwoord, de werkwoorden
  • verteilen verdelen
  • Silbe, Silben de lettergreep, de lettergrepen
  • Rechtschreibung de spelling
  • offen open
  • geschlossen gesloten