409

Klinische lessen (Subject) / Tentamen (Lesson)

Alle boeken en hoorcolleges

This lesson was created by AnnaGerhardt.

Learn lesson

Advertisement
  • Gegeneraliseerde angststoornis: altijd angstig, in vrijwel alle situaties en zorgen over allerlei dingen; de focus van dezezorgen is vaak erg verspreid en verschuift nogal eens- Is vrij veel voorkomend en meer vrouwen krijgen dit- Het is vaak chronisch en gaat gepaard met een andere (vaak angst-) stoornis3 van de volgende 6 klachten: rusteloos/opgewonden/geïrriteerd; prikkelbaar; snel vermoeid; spierspanning; concentratie/geheugenproblemen; slaapproblemenDifferentiaal diagnose: paniekstoornis, OCD, sociale angst, hypochondrie, stemmingsstoornissenComorbiditeit: andere angst- of stemmingsstoornis, alcoholmisbruik/verslaving, somatische klachten
  • Emotionele en cognitieve factoren GAS Emoties:- Meer intense, negatieve emoties die vaak worden ervaren als oncontroleerbaar- Verhoogde reactiviteit van de amygdala, chronisch verhoogde activiteit van het sympathische zenuwstelselCognitief:- Maladaptieve aannames maken als: ‘Het is het beste om altijd van het slechtste uit te gaan’ (zijn vaak aannames over zorgenover het verliezen van controle)- Automatisch reageren wat leidt tot angst en overdrijven- Ook onbewuste cognities zijn vaker gerelateerd aan detecteren van gevaar→ Overgevoeligheid voor gevaar komt vaak door het ervaren van een onverwacht trauma→ Het component van zich zorgen maken in GAS heeft de functie dat het bewustzijn van andere dreigingen vermijd en zedus minder reactief zijn voor negatieve gebeurtenissen, een uitbreidende theorie hierop stelt dat het zorgen maken eencontinue/constant gevoel van distress in stand houdt en dit wordt geprefereerd door mensen met GAS boven het switchentussen rust en angst
  • Biologische factoren GAS - Abnormaliteiten GABA neurotransmitter waardoor neuronen blijven vuren (GABA inhibeert eigenlijk)- Heeft een matige erfelijkheidsfactor, de meer algemene karaktertrek van angst is veel erfelijker
  • Cognitieve gedragstherapie GAS - Confronteren met issues waarover ze zich zorgen maken- Uitdagen van gedachtes- Coping strategieën ontwikkelen→ Is effectiever dan benzodiazepines, placebo’s of nondirective supportive therapie
  • Biologische behandeling GAS Benzodiazepine is voor korte termijn verlichting van angstsymptomen, maar verslaving en de bijwerkingen zijn erg negatief- Tricyclische antidepressiva en SSRI’s werken beter (dan een placebo)
  • Scheidingsangststoornis: komt het vaakst voor in de kindertijd; angstig gedrag wanneer gescheiden van verzorgerTabel 5.8, blz. 136 bekijken- Meisjes krijgen het vaker- Onbehandeld kan de stoornis blijven bestaan tijdens adolescentie
  • Biologische factoren scheidingsangst - Kinderen met scheidingsangst hebben vaak familiegeschiedenis in angst en depressie- Meisjes meer kansMAAR: geen evidentie voor genetische basis/erfelijkheid van angstWEL: erfelijkheid van de karaktertrek gedragsmatige inhibitie = verlegenheid, bang en prikkelbaar als kleuters(risicofactor)
  • Psychologische en socioculturele factoren scheidingsangst - Ouders vaak meer controlerend en bemoeizuchtig (gedrag en emotie), meer kritiek en negatieve communicatie met het kind- Studie met primaten laat duidelijk zien dat het belangrijk is voor kinderen om bepaalde controle te hebben, zodat ze geenangst ontwikkelen- Kan geleerd worden van angstige ouders of komen door een traumatische gebeurtenis in de omgeving
  • Behandelingen voor scheidingsangst - CGT vaak gebruikt → meer en vaker gescheiden worden van ouders- Zowel individueel als in familieverband werkt dit beter dan educatie/steun- Medicatie is bijv. via antidepressiva, angstremmers (benzodiazepines), stimulansen en antihistamines; SSRI’s worden hetvaakst gebruikt
  • Obsessief-compulsieve stoornis Obsessies: terugkerende, ongecontroleerde gedachten die angst veroorzaken (ego-dystoon)Compulsies: herhaald gedrag wat een individu ‘moet’ uitvoeren van zichzelf, in respons op obsessie; na uitvoerenvermindert dit de angst (bijv. wassen, controleren, tellen, etc.)OCD: was eerst een angststoornis, maar in de DSM-5 staat dit in zijn eigen categorie> Aanwezigheid obsessies EN/OF compulsies> Dwanghandelingen kosten veel tijd (> 1 uur per dag), verstoren functioneren (werk, sociaal) of significant lijden, roepenschaamte op
  • Advertisement
  • WACOROSA123 WasdwangControledwangReligieuze Obsessies, Seksuele, Agressieve123 symmetrie/tellen/ordenen/verzamelen
  • OCD - Mensen met OCD weten vaak dat hun gedachten/handelingen irrationeel en niet normaal zijn- OCD begint vaak jong, met een age-onset van 6-15 voor mannen en 20-29 voor vrouwen- Het is chronisch als het niet wordt behandeld- Comorbiditeit van fobieën, paniekaanvallen en middelenmisbruik zijn frequent1. Meest voorkomende obsessies: agressie, seksualiteit en/of religie → kunnen niet worden uitgeschakeld2. Daarna voorkomende obsessies: symmetrie en ordening3. Vervolgens: besmetting (met schoonmaak compulsie)→ Soms zijn compulsies logisch bij obsessies (obsessie voor bacteriën leidt tot compulsie van handen wassen)→ Veelvoorkomend is ook het checken (wat gedaan MOET worden om weer rustig te worden)Differentiaal diagnose:GASPaniekstoornisWaanstoornis/schizofrenieEetstoornissenHypochondrieOrganisch lijden (hoofdtrauma, Parkinson, etc.)As II obsessieve-compulsieve persoonlijkheidsstoornisDepressief piekeren (= egosyntoon)
  • Verzamelstoornis: compulsief gedrag wat een gescheiden stoornis is geworden in de DSM-5Tabel 5.10, blz. 141 bekijken→ Vaak emotionele verbintenis aan verzamelde spullen→ Verschil met OCD: mensen met deze stoornis zien hun gedachten vaak niet als storend of overheersend, maar vinden datdit hoort bij hun natuur
  • Biologische theorieën OCD en gerelateerde stoornissen - Circuit in brein wat gaat over motoriek, cognitie en emotieFrontale cortex → basale ganglia (striatum) → thalamus → frontale cortexFiguur 5.8, blz. 143 bekijken- Abnormaliteiten in dit circuit kunnen leiden tot het onvermogen primitieve behoeften uit te zetten (bijv. agressieveneigingen)- Serotonine helpt bij het functioneren van dit circuit (en medicatie met de focus hierop helpt dus ook vaak)- Heel soms leidt het krijgen van streptokokken als kind, tot OCD- Genen bepalen ook de kwetsbaarheid voor OCD
  • Cognitieve theorieën OCD en gerelateerde stoornissen - Onvermogen om onrealistische en negatieve gedachtes uit te schakelenWAAROM?→ Depressief/angstig→ Neiging tot rigide/moralistisch denken→ Denken dat je al je gedachten moet kunnen controleren- Volgens deze theorieën ontwikkelen compulsies zich via operante conditionering (het verlichte van de obsessievegedachtes)Behandelingen
  • Biologische behandelingen OCD en gerelateerde stoornissen - SSRI’s helpen bij OCD; maar niet volledig → het toevoegen van een atypisch antipsychoticum kan helpen bij mensen dieniet volledig reageren op een SSRI
  • Exposure en respons preventie: herhaald blootstellen aan de focus van de obsessie, waarbij de compulsies wordenvoorkomen → uitdoven van angst voor de obsessie (leren dat het niet uitvoeren van de compulsie, niet leidt tot vreselijkegevolgen..)→ Uitdagen van gedachtes en overmatig verantwoordelijkheidsgevoel→ Is zeer effectief
  • Angststoornissen bij oudere volwassenen - Meer dan 15% van mensen boven de 65 hebben een angststoornis- Vaak de vorm van zorgen maken over dierbaren of eigen gezondheid (GAS)- Paniekstoornissen zijn zeldzaam, net als OCD- PTSD en acute stressstoornis zijn daarentegen meer voorkomend→ Behandeling hiervan blijft vaak uit en als er dan wel medicatie wordt gebruikt leidt tot vaak tot nare bijwerkingen etc.
  • Persoonlijkheid: aanhoudend patroon van denken, waarnemen, voelen en het relateren van jezelf aan de omgeving= Het samenhangende systeem van de manier waarop het individu zich in het leven staande houdt.= De 'eigen stijl' die in veel situaties is waar te nemen.= Unieke duurzame denk- en gedragspatroon.= Specifieke selectie van afweermechanismen en coping stijlen.
  • Persoonlijkheidstrek: aspect van persoonlijkheid die consistent over tijd is→ Belangrijke persoonlijkheidstheorie: het vijf-factoren model (Big Five), bestaande uit negatieve emotionaliteit vs.emotionele stabiliteit, extraversie vs. introversie, openheid vs. geslotenheid t.o.v. eigen ervaringen, vriendelijkheid vs.antagonisme en consciëntieusheid vs. onberekenbaarheid (zie tabel 9.1, blz. 253)- Deze 5 aspecten zijn herhaaldelijk, over verschillende culturen gevonden en worden sterk beïnvloedt door genetica- DSM-5: dimensionele benadering; abnormaal vs. normaal ligt op een continuüm (i.t.t. de DSM-IV met zijn categorischemodel)
  • Cognitief visies op persoonlijkheid  Perceptie en interpretatie van de wereld (onze cognities) vormen gevoel en gedrag (informatieverwerking) In interactie met omgeving leren wij adaptieve en disadaptieve gedrags‐ en (automatische) denkpatronen (leertheorieën)Persoonlijkheidsstoornis is een patroon van disfunctionele cognitieve schema’s en kernovertuigingen t.a.v. zelf, anderen en (coping)strategieënBijv. ‐ ik ben kwetsbaar‐ andere mensen zijn niet te vertrouwen‐ ik moet alert zijn en zoeken naar verborgen motieven, de ander beschuldigen en aanvallen
  • Psychodynamisch visies op persoonlijkheid Aannames Veel van ons beleven (denken, voelen, motieven) is onbewust Wij beschermen ons door afweer tegen onacceptabele gevoelens, gedachten, belevingen Via interactie met belangrijke vroege ouderfiguren verinnerlijken wij relationele patronen die wij (vaak onbewust)herhalen Symptomen kunnen meerdere functies hebben en zijn multi‐gedetermineerdPersoonlijkheidsstoornis Gaat om de persoonlijkheidsstructuur (persoonlijkheidsorganisatie) die bepaald wordt door een dynamisch samenspel vanverschillende factoren zoals: gehechtheid, mentaliserend vermogen, zelf‐object differentiatie, innerlijke representaties vanobject relaties, integratie van ‘good en bad’, gewetensontwikkeling, identiteit, niveau van afweer, ego‐sterktes en zwaktes
  • Big Five visies op persoonlijkheid Aanname Elke persoonlijkheid is georganiseerd rond 5 trekken (dimensioneel)Negative emotionality: negatief/stabielExtraversion: extravert/introvertOpenness: open/geslotenAgreeableness: aardig/oppositioneelConscentiousness: betrouwbaar/onbetrouwbaarPersoonlijkheidsstoornis Geen echte definitie van een stoornis…..
  • Persoonlijkheidsstoornis: DSM-5 de algemene criteria voor een persoonlijkheidsstoornis specificeren dat een individu zijnpersoonlijkheidspatroon moet afwijken van culturele verwachtingen in zijn/haar denken over zichzelf, anderen ofgebeurtenissen; emotionele ervaring en expressie; sociaal functioneren en impulscontrole → het patroon van depersoonlijkheidsstoornis is relatief stabiel over tijd en moet in de vroege volwassenheid aanwezig zijn (en mag geen gevolgzijn van een andere aandoening of door medicatie) A: Duurzaam patroon van innerlijke ervaringen/gedragingen die duidelijk afwijken van de verwachtingenbinnen de cultuur van betrokkene (pathologisch). Dit komt tot uiting op 2 of meer terreinen;• cognities• affecten• contact met anderen• impulsbeheersingB: Het duurzame patroon is star en uit zich op een breed terrein van pers./sociale situaties (Pervasief)C: Patroon lijdt tot duidelijke beperkingen in sociaal- en beroepsmatig functionerenD: Patroon is stabiel sinds adolescentie/vroege volwassenheid (Persistent).E/F: Patroon is een gevolg van: andere psychische stoornis, effecten van een middel of van somatische aandoening.
  • Voorkomen persoonlijkheidsstoornissen Voorkomen- Prevalentie bevolking 10 %- Hoogst in leeftijd tot 40 jaar- Hoger in lagere sociale klassen- Ambulante psychiatrische patiënten 30%- Verslaafden 50%- Psychiatrische patiënten klinisch 50% (?)- Huis van bewaring 78%→ Denk nog even aan het plaatje van het huis!
  • DSM-5: clusters:persoonlijkheidsstoornissen maakt géén gebruik meer van As I en As II (waarbij in de DSM-IV persoonlijkheidsstoornissen op as IIgelokaliseerd waren, aannemend dat ze chronisch en aanhoudend waren), maar maakt onderscheid in drie clusters:1. Cluster A = vreemde/excentrieke persoonlijkheidsstoornissen (symptomen lijkend op schizofrenie, zoals afgevlakteemoties, vreemde gedachtes en spraak en paranoia, maar mét een grip op de realiteit)→ Schizoïde, schizotypische en paranoïde persoonlijkheidsstoornis2. Cluster B = dramatisch-emotionele persoonlijkheidsstoornissen (symptomen als manipulatief zijn, vluchtigheid en geenbekommering om sociale relaties, impulsiviteit en soms agressief gedrag waarbij veiligheid van zichzelf/anderen niet in achtwordt genomen)→ Antisociale, theatrale (= histrionisch), borderline en narcistische persoonlijkheidsstoornis3. Cluster C = angstige en onzekere persoonlijkheidsstoornissen (symptomen als extreem bezorgd zijn om bekritiseerd teworden of verlaten te worden door anderen en het hebben van disfunctionele relaties)→ Afhankelijke, vermijdende en dwangmatige (obsessief-compulsieve) persoonlijkheidsstoornis> Enige overlap in clusters.. de definitie is gemaakt op basis van afspraken.4. Ander gespecificeerde persoonlijkheidsstoornis5. Ongespecificeerde persoonlijkheidsstoornis
  • Ontstaan persoonlijkheidsstoornissen Ontstaan• Biologisch: temperament, neurotransmitters (dopamine, serotonine), hersengebieden (frontaal, limbisch systeem)• Psychologisch: hechting/affectieve verwaarlozing, mishandeling, seksueel misbruik• Sociaal: voorbeeldgedrag, cultuur, opvoedingsstijl
  • Paranoïde persoonlijkheidsstoornis WANTROUWEN/ACHTERDOCHT= patroon van extreem wantrouwen en verdenking van kwaadwilligheid van anderen- Geloven dat anderen plotten en samenzweringen maken- Te veel waarde hechtend aan details die anderen niet opvallen, waarbij gedacht wordt dat dit aanwijzingen zijn van mensenhun ‘ware intentie’- Dragen veel wrok en zijn gevoelig voor kritiek- Interpretatie van de situatie in lijn met hun wantrouwen en verdenkingen; gauw jaloers m.b.t. partnerTheorieën:- Familiegeschiedenis in schizofrenie geeft risico op paranoïde stoornissen, waardoor dit deel uit lijkt te maken van het schizofrene spectrum (erfelijkheid van .5)- Cognitieve theorieën zeggen dat het onderliggende geloof dat anderen kwaadwillig en misleidend zijn, resulteert in dezestoornisBehandeling:- Vaak geen behoefte aan behandeling voor paranoia, maar eerder voor depressie/angst- Wantrouwen van patiënt blokkeert gezonde relatie met de therapeut- Cognitieve therapie focust op het verhogen van hun zelfeffectiviteit in moeilijke situaties en angst en vijandigheidverminderen
  • Schizoïde persoonlijkheidsstoornis TERUGGETROKKEN/AFSTANDELIJK= patroon van loskomen van sociale relaties en het hebben van een beperkte range van emotionele expressie- Geen plezier aan sociale relaties en geen ontwikkeling hierin/behoefte aan- Afgevlakte emoties, geen seksuele belangstelling, geen intimi- Onverschillig voor lof of kritiek; afstandelijk, kil, afgevlakt- Hebben mannen vakerTheorieën:- Geen duidelijke link tussen schizofrenie en schizoïde stoornissen, maar familie met schizofrenie kan het risico verhogen- Alleen bewijs voor indirecte erfelijkheid van persoonlijkheidstrekken als weinig warmte, geen socialiteitBehandeling:- Focus op verhogen van bewustzijn van eigen gevoelens en het verhogen van sociale skills (bijv. via rollenspellen)- Groepstherapie kan soms nuttig zijn
  • Schizotypische persoonlijkheidsstoornis VREEMD/EXCENTRIEK= gelijke, maar mildere symptomen als bij schizofrenie; oncomfortabel met intieme relaties, cognitieve- en/ofwaarnemingsverstoringen en excentriek gedrag- Hebben mannen vakerVier categorieën van karakteristieken: paranoia, ideeën van referentie/betrekkingsideeën (bepaalde gebeurtenissen zijnspeciaal op hun gericht bijv.), vreemde overtuigingen en magisch denken (denken dat andere mensen weten wat je denkt),illusies (die nét geen hallucinaties zijn)- Vreemde spraak1. Beperkte range van emoties2. Oncomfortabel in sociale interacties; buitensporige sociale angst3. Vreemd en excentriek gedrag4. ParanoiaTheorieën:- Erfelijkheid van .81 (!), waarbij het gen wat de NMDA receptor reguleert een belangrijke rol speelt- Cognitieve moeilijkheden zoals spraak, beperkte informatie wanneer dit nodig is en geheugenproblemen- Ontregelde dopamine-afgifte (abnormaal hoog)- Afname van grijze stof in temporele kwabben van het brein- Familiegeschiedenis van (seksuele/emotionele) mishandeling en inadequate oudersBehandeling:- Gebruik van gelijke medicijnen als voor behandeling voor schizofrenie (haloperidol, olanzapine) → psychotischesymptomen verminderen, soms gebruik van antidepressiva- Psychologische benadering: belangrijk om goede relatie tussen cliënt-patiënt te creëren, om vervolgens sociale contacten teverbeteren (vooral door groepstherapie)- Cognitieve therapie heeft als cruciaal punt dat cliënten leren om objectief bewijs in de omgeving te zoeken die hungedachtes ondersteunen en hun vreemde gedachtes ontkrachten
  • Advertisement
  • Antisociale persoonlijkheidsstoornis GEWETEN= een hardnekkig patroon van minachting en schending van regels en normen van anderen, crimineel, impulsief enbedriegend gedrag, geen schuldgevoel/spijt ‐ Nodig is bewijs van gedragsstoornissen voor 15e jaar‐ In hoofdstuk 11 bij gedragsstoornissen (geen tentamenstof)- Gedragsstoornissen als kind- Minachting sociale normen- Middelen‐ misbruik- Genetische factoren- Defecten in hersenen- Misbruik in jeugdDe psychopaat…Overlap met antisociaal, maar gaat nog verder….. charmant, grandioos zelfgevoel, snel verveeld & behoefte aan stimulatie,pathologisch leugenachtig, manipulatief, koud, oppervlakkig, plezier in vernederen anderen, wreed en kwaadaardig,dogmatisch, totaal gebrek schuldgevoel
  • Borderline INSTABIELITEIT= overmatige emoties, overgevoelig voor verlating en zijn vaak erg aanhankelijk, instabiele relaties, zelfbeschadigend gedrag,impulsiviteit, vaak samengaand met derpressie/angst/woede- Meest voorkomend in de GGZ!- Grensgebied neurotisch en psychotisch functionerenDSM-5 → 5 uit de volgende:1) Krampachtig proberen feitelijk of vermeend te worden verlaten2) Overmatig idealiseren en kleineren3) Identiteitsstoornis; onstabiel zelfbeeld, zelfgevoel4) Impulsiviteit, schadelijk: geld, seks, middelen, roekeloos rijden, vreetbuien5) Recidiverend suïcidaal gedrag, automutilatie6) Affectlabiliteit; kortdurende periodes van somberheid, angst, prikkelbaarheid7) Chronisch gevoel van leegte8) Inadequate, intense woede & moeite zich te beheersen9) Voorbijgaande paranoïde ideeën of dissociatie- Hebben vrouwen vaker- Extreme schommelingen in zelfbeeld (overmatig twijfelen vs. grandiositeit-gevoelens): kleine ik-sterkte- Primitieve afweermechanismes- Identiteitsdiffusie- Extreme schommelingen in humeur (depressie, angst, woede, impulsiviteit, zelfbeschadiging)- Erg moeilijk te diagnosticeren en gaat vaak samen met andere stoornissen (en ook vooral vaak met suïcide)- Chronisch, maar verbetering is mogelijk (vaak pas na 10-15 jaar)Veel comorbiditeit: (depressie, alcoholmisbruik, verslaving, angst, fobieën, PTSS, somatoforme stoornis)Differentiaal diagnostiek: psychose, bipolaire stoornis, ADHD Hoge kans op suïcide (75%) Prevalentie: 6% Moeilijk behandelbaar Roepen sterke tegenoverdracht opTheorieën:- Moeilijkheden met emotieregulatie (grotere variabiliteit in humeur)- Cognities zijn gefocust op alle negatieve aspecten in de omgeving, meer negatieve herinneringen- Vaker geschiedenis van mishandeling en verwaarlozing → zorgt voor moeilijkheden bij het leren van gezondeemotieregulatie- Psychoanalytisch: nooit geleerd om onderscheid te maken tussen zelfbeeld en beeld van anderen, wat leidt tot extremereactiviteit op andermans mening en het ervaren van verlatingsangstSplitting = weifelen tussen denken dat jij en iedereen goed is, of dat jij en iedereen slecht is (instabiliteit)- Amygdala en hippocampus zijn kleiner (emotionele processen en regulatie/herinneringen → kan vaak ook komen doormishandeling etc.) en abnormaliteiten in prefrontale cortex (regulatie/impulscontrole)- Erfelijk!Objectrelatietheorie‐ Problemen met identiteit: afgrenzen zelf‐ander‐ Overwegend negatieve innerlijke objectrelaties (verlatende ander‐kwetsbaar zelf), die onbewust worden herhaald‐ Primitieve afweer: splitsen van goed en slecht (& projecteren)‐ Problemen met realiteitstoetsing: af en toe afwezigAttachmenttheorie‐ Onveilige gehechtheid: ouderfiguren waren niet consistent in positieve reacties op nabijheid zoeken van kind.‐ Problemen met mentaliseren (het vermogen om zelf en anderen te begrijpen in psychologische termen van ‘mental states’)en dus problemen met emotieregulatieBehandeling:- Dialectale gedragstherapie: meer realistisch en positief zelfgevoel leren, probleemoplossende vaardigheden leren, emotiesleren reguleren en correct dichotoom denken- STEPPS (systeem training voor emotionele voorspelbaarheid en probleemoplossing): groepsinterventie die cognitievetechnieken en gedragstechnieken combineert (cognities uitdagen en probleem oplossen)- Psychodynamisch: transference-focused therapie = relatie tussen cliënt en therapeut gebruiken om realistischer begrip vanzelf en relaties te krijgen- Mentalisatie behandeling: focus op de moeite van borderline-patiënten om eigen mentale staat te begrijpen- Humeurstabilisatoren als aripriprazole, lamotrigine en antipsychotica als olanzapine (geen bewijs voor werking van SSRI’s)
  • Theatrale persoonlijkheidsstoornis GEMAAKT= shifts in humeur en instabiele relaties, aandachtbehoefte, makkelijk beïnvloedbaar, extreem dramatisch doen om aandachtte krijgen, flirterig en flamboyant gedrag (benadrukken van eigen positieve aspecten)- Vrouwen hebben dit vaker5 of meer kenmerken:1. voelt zich niet op zijn of haar gemak in situaties waarin hij of zij niet in het centrum van de aandacht staat.2. de interactie met anderen wordt vaak gekenmerkt door ongepast seksueel verleidelijk of provocerend gedrag.3. vertoont snel wisselende en oppervlakkige expressie van emoties.4. maakt consistent gebruik van het eigen uiterlijk om de aandacht op zichzelf te vestigen.5. heeft een stijl van spreken die excessief impressionistisch is, en waarbij details ontbreken.6. toont zelfdramatisering, theatraliteit en overdreven expressie van emoties.7. is suggestibel (gemakkelijk beïnvloedbaar door anderen of door de omstandigheden).8. beschouwt relaties met anderen als intiemer dan ze in werkelijkheid zijn→ AANDACHTOvereenkomsten met BPS, maar niet zelfdestructief, gevoelens van leegte, of sterke verstoringen in relatiesEgocentrisch, geen uitstel gratificatie, afhankelijk, veeleisend, overdrijven lichamelijke klachtenTheorieën:- Clustert in families, maar genetica is onduidelijk- Geen duidelijke theorieën hieroverBehandeling:- Psychodynamisch: ontdekken van onderdrukte emoties- Cognitieve therapie: identificeren van aannames van afhankelijkheid, doelen en plannen stellen/maken
  • Narcistische persoonlijkheidsstoornis ZELFINGENOMEN= dramatisch gedragen, bewondering zoeken van anderen, oppervlakkige emoties en relaties, verschil met theatralepersoonlijkheidsstoornis: geen afhankelijkheid van anderen, maar voelen zich al grandioos (zonder bevestiging van anderente zoeken)- Komt vaker voor onder jongvolwassenen en onder mannenTheorieën:- Psychodynamisch: maladaptieve strategie om met emoties om te gaan en hebben geen realistisch, positief beeld van zichzelfontwikkelt- Cognitief: onrealistisch positieve aannames over hun eigenwaarde ontwikkelt doordat zij te veel werden geëvalueerd in hunjeugd (gevoel van uniekheid)- Pincus & Lukowitzky: twee subtypen van narcisten: grandiositeit (recht hebbend, uitbuitend, manipulatief, jaloers) vs.kwetsbaarheid (omgaan met moeilijkheden in eigenwaarde d.m.v. grandiositeit fantasieën, overgevoelig voor afwijzing enkritiek, vermijdend)- Verleden van mishandeling (fysiek/verwaarlozing), ouders hebben die mishandeld zijn of die een ziekte hebbenBehandeling:- Vaak zoeken deze mensen alleen behandeling wanneer er ook sprake is van depressie- Kenmerken van narcisten bemoeilijken de cliënt-therapeut relatie- Cognitieve technieken gebruiken om dit te verhelpen en om meer realistische verwachtingen van hun eigen kunnen tecreëren- Net als met theatrale persoonlijkheidsstoornis, zijn hier ook geen medicijnen voor
  • Vermijdende persoonlijkheidsstoornis SCHUW= gevoelig voor schaamte, overgevoelig voor kritiek, terughoudend, geïsoleerd van anderen en ernstige angst in socialesituaties- Komt vaker voor bij vrouwen en gaat vaak samen met angst en depressie- Twee kenmerken: negatieve affectiviteit en detachment- Lijkt erg op sociale angststoornis, maar met het belangrijke verschil dat mensen met een vermijdendepersoonlijkheidsstoornis een meer gegeneraliseerde angst ervaren en hier meer last van hebbenTheorieën:- Erfelijk, genen die van invloed zijn bij zowel de vermijdende- als de sociale angststoornis- Géén relatie met fysieke of seksuele mishandeling in de jeugd (maar wel verwaarlozing)- Cognitief: ontwikkelen van overtuiging van onwaardigheid doordat ze afgewezen zijn door een belangrijk figuur in hunlevenBehandeling:- Cognitieve en gedragstherapie zijn nuttig: geleidelijke blootstelling, sociale vaardighedentraining, negatieve gedachtesuitdagen- Soms gebruik van SSRI’s om sociale angst te verminderen, maar hier is te weinig onderzoek naar gedaan
  • Afhankelijke persoonlijkheidsstoornis MEEGAAND= een overmatige behoefte om verzorgt te worden- Lage prevalentie- Vaak is autonoom gedrag subtiel afgewezen door ouderfiguren en afhankelijk gedrag beloond- Wil verzorgd worden, minder de angst voor kritiek dan bij VPS- Vermijdt niet de relatie, want kan alleen functioneren in een relatie- Zet eigen verlangens of ideeën opzij om zich aan te passen aan de ander- Reageert op verlating eerder onderdanig en angstig dan woedend zoals BPTheorieën:- Hoge erfelijkheid (.81)- Cognitief: overdreven en stugge overtuiging van ‘Ik ben zwak en behoeftig’Behandeling:- Zoeken vaak uit zichzelf behandeling- Psychodynamisch: inzicht in vroege ervaringen met verzorgers die leiden tot hun afhankelijkheid (hechtingsrelatieonderzoeken)- Niet directief en humanistische aanpak om autonomie en zelfvertrouwen te bevorderen- CBT om assertiviteit te verhogen, angst te verlagen en om aannames over het leunen op anderen te veranderen
  • Obsessief-compulsieve persoonlijkheidsstoornis STAR= een stug patroon van ordelijkheid, perfectionisme, controle, extreem hoge doelen, regels volgen (overlap met type Apersoonlijkheid, verschil met OCD: meer algemeen patroon van interacteren met de wereld, i.p.v. één/aantal specifieke regelsvolgen)- Ouderfiguren stelden vaak te hoge eisen- Heeft vrij hoge prevalentie- Sterke angst verlies controle, sturen op cognities, minder goed in emoties voelen, weinig te genieten- Afweer: rationaliseren, intellectualiseren, reactie formatieTheorieën:- Cognitief: hardnekkig geloof dat oneffenheden onacceptabel zijn- Genetische factoren spelen een rol, die ook bij OCD een rol spelen (maar comorbiditeit van OCD en dezepersoonlijkheidsstoornis is verrassend laag)- Ietwat meer historie in verwaarlozing dan mensen zonder deze stoornisBehandeling:- Vaak op basis van een specifieke hulpvraag, bijv. met één rigide dagindeling waarvan niet afgeweken kan worden- Gedragstherapie om compulsies te bedwingen- Ontspanningstechnieken, schrijven- Heel soms worden SSRI’s gebruikt tegen de obsessies
  • Alternatief DSM-5 model Categorisch model DSM persoonlijkheidsstornissen - VoordelenA‐theoretisch: alleen beschrijving van kenmerken/observeerbaar gedrag (descriptief systeem)Internationaal bruikbaarToetsbaar en leerbaar- NadelenGeen verklaringenCategoriaal & dichotoom systeem (ja of nee)Categorieën overlappen elkaarVeel mensen met pathologische persoonlijkheid passen niet in één van de categorieënWeinig overeenstemming tussen clinici
  • Alternatief DSM-5 model persoonlijkehidsstornissen Dimensioneel model DSM V: SECTION III ALTERNATIEF MODEL MET DIMENSIONELE DIAGNOSTIEK1. Niveau van persoonlijkheidsfunctioneren: twee dimensies, vier terreinen: zelf (1. identiteit, 2. zelfsturing) eninterpersoonlijk (3. empathie, 4. intimiteit).Level 0: geen of nauwelijks beperkingenLevel 1: lichte beperkingen2. Pathologische persoonlijkheidstrekken?Niveau van functioneren beoordelen op een vierpuntsschaal:- Negatieve affectiviteit (5 typen, elk score van 0,1, 2 of 3)- Afstandelijkheid (5 typen, elk score van 0,1, 2 of 3)- Antagonisme (5 typen, elk score van 0,1, 2 of 3)- Ongeremdheid (5 typen, elk score van 0,1, 2 of 3)- Psychoticisme (5 typen, elk score van 0,1, 2 of 3)Persoonlijkheidsstoornis? 1 (vanaf level 2) + 2 (een of meer pathologische trekken)DSM-5 = hybride model: combinatie van dimensionele en categorische benaderingNormaliteit en pathologie: is een continuümOptimaal functioneren → persoonlijkheidspathologie (aantal trekken) → persoonlijkheidsstoornis
  • Omgaan met moeilijke mensen Behandelingen Inzichtgevende psychotherapie• Transference Focussed Therapy• Mentalization Based Treatment• VERS (vaardigheden emotieregulatiestoornis)• Dialectische gedragstherapie• Schemagerichte therapie
  • PS Problemen met het scheppen van een goede werkrelatie Dwangmatige Stelt zich dwingend, rigide, principieel opParanoïde Stelt zich argwanend, achterdochtig opNarcistische Stelt zich ijdel, zelfingenomen opTheatrale Is overdreven aandachtvragend, uitdagendVermijdende Is overgevoelig voor kritiekSchizoïde Is onpeilbaar, onbereikbaarBorderline Is onvoorspelbaar, impulsiefAntisociale Is onbetrouwbaar, gewetenloosSchizotypische Stelt zich vreemd, merkwaardig, bizar opAfhankelijke Stelt zich onderworpen, vastklampend op
  • PS Problemen met het omgaan met de irrealistische opstelling van de cliënt Afhankelijke Stelt zich vaak passief en gedwee opAntisociale Behandelt de ander vaak als gebruiksvoorwerpSchizotypische Schept een esoterische sfeer om zich heenDwangmatige Gaat gemakkelijk de strijd aanVermijdende Blijf gemakkelijk zomaar wegHistrionische Heeft vaak het gevoel aandacht tekort te komenNarcistische Stelt zich vaak bewonderend of minachtend opBorderline Verliest zich in de relatie én breekt deze snel afSchizoïde Stelt zich extreem koel opParanoïde Zoekt overal wat achter
  • Problemen met het omgaan met de eigen irrealistische opstelling PS Problemen met het omgaan met de eigen irrealistische opstellingSchizotypische U komt in contact met een magische wereldHistrionische U bent eerst gecharmeerd en vervolgens geïrriteerdDwangmatige U laat zich telkens weer tot strijden verleidenAfhankelijke U laat zich tot klein houdend verzorgen verleidenParanoïde U heeft het gevoel u telkens te moeten rechtvaardigenNarcistische U bent eerst gevleid en vervolgens gekwetstBorderline U bent eerst in de ban en vervolgens afgewezenAntisociale U heeft eerst blind vertrouwen en vervolgens argwaanVermijdende U voelt zich aangesproken én op afstand gehoudenSchizoïde U ervaart het contact als kil, afstandelijk
  • Positieve symptomen Schizofrenie spectrum: - Criterium A symptomen (DSM-5): wanen, hallucinaties, gedesorganiseerde gedachtes/spraak en gedesorganiseerd ofcatatonisch gedrag- Overt: naar buiten tredende percepties, gedachtes en gedrag die ongewoon zijnWanen- Het idee dat een individuele overtuiging waar is, terwijl deze vaak heel onwaarschijnlijk of onmogelijk zijn- Verschil tussen zelfdeceptie en wanen: wanen zijn onmogelijk, wanen nemen de volledige gedachtegang over (bijzelfdeceptie denk je er soms aan) en mensen met wanen nemen geen tegenstrijdig bewijs aan (wat zij denken, is waar)- Soorten wanen: zie tabel 8.1, blz. 220 (toevoeging: nihilistische wanen)- Wanen kunnen ook voorkomen bij mensen met heftige depressies of bipolaire stoornissen- De inhoud van wanen verschilt per cultuur (maar het voordoen van wanen is vrij gelijk) → het hangt ook af van de cultuurof iets als een waan wordt beschouwd: wanneer het bijv. normaal is in een cultuur om te geloven dat overledenen waken overde levenden, is dit geen waan; alleen wanneer het zich extreem uitHallucinaties- Onwerkelijke waarnemingservaringen- Zijn frequent, aanhoudend, complex, soms heel bizar en gaan vaak gepaard met wanen; daarnaast ontstaan ze nietsimpelweg door drugs of slaaptekort- Auditieve hallucinaties zijn het meest voorkomend (stemmen horen), daarna de visuele hallucinaties- Auditieve hallucinaties: stemmen horen die je dingen opdragen, die je hallucinaties opdragen, die je vernederen of die jeadvies geven- Tactiele hallucinaties is het denken dat er iets gebeurd met je lichaam aan de buitenkant: bijv. het idee dat er overal insectenkruipen, somatische hallucinaties is het denken dat er iets gebeurd met je lichaam aan de binnenkant: bijv. dat er wormen aanje ingewanden knagen- Smaak- en geurhallucinaties- Ook hallucinaties kunnen voorkomen bij depressies of bipolaire stoornissen- Ook hallucinaties zijn cultuurgebondenGedesorganiseerde spraak en gedachtes- Formal thought disorder: het gedesorganiseerd denken van schizofrenen → meest voorkomend is het van de hak op de takgaan, over onderwerpen die niets met elkaar te maken hebben- ‘Woordensalade’: extreem onsamenhangend praten- ‘Neologisme’: nieuwe woorden bedenken die alleen een betekenis hebben voor de persoon met schizofrenie- ‘Clangs’: associaties tussen woorden maken op basis van hun klanken, i.p.v. hun content- Mannen laten meer moeilijkheden met spraak zien dan vrouwen → kan komen door bilaterale activatie bij vrouwen (tweehersenhelften gaan over de spraak)Gedesorganiseerd of catatonisch gedrag- Onvoorspelbaar, zonder aanleiding, geagiteerd gedrag vertonen (ineens heel hard schreeuwen)- Moeite met dagelijkse verzorging (douchen, schone kleren, goed dieet)- Door aandacht- en geheugenproblemen kost het deze mensen enorm veel moeite om een simpele taak te volbrengen (zoalstandenpoetsen)- Sociaal onacceptabel gedrag vertonen- Catatonisch gedrag: gedesorganiseerd gedrag wat een totaal geen responsiviteit op de omgeving reflecteert →negativisme: geen respons op instructies, rigide/ontoepasselijke/bizarre houdingen aannemen, mutisme: gebrek aan motorische of verbale responsen→ Catatonische excitement: excessieve motorische activiteit, doelloos bewegen
  • Negatieve symptomen Schizofrenie spectrum: = afgevlakt affect, sociale terugtrekking, spraakgebrek, initiatiefverlies- Verlies van bepaalde kwaliteiten, i.p.v. gedrag/gedachtes- Twee kernsymptomen: beperkte affect en avolition/a-socialiteit- Meer negatieve symptomen zijn geassocieerd met meer negatieve uitkomsten (terwijl je zou denken dat heel veel wanen enhallucinaties meer negatieve uitkomsten zouden hebben!)Beperkte affect- Extreem verminderde of de volledige afwezigheid van emotionele expressie- Minder gezichtsuitdrukkingen, geen oogcontact, geen gebaren om emotionele boodschappen over te brengen- Monotoon praten, geen intonatie/ritme/tempo/volume- Ervaren schizofrenen ook daadwerkelijk minder emoties (en dus niet alleen de expressie)?Onderzocht via zelfrapportage:→ Anhedonia: verlies van vermogen om plezier te beleven …. reflecteert wellicht meer een onvermogen om overjezelf te rapporten, dan het onvermogen om plezier te beleven→ Maar in onderzoeken lijkt het dat schizofrenen even positief reageren op gestandaardiseerde positieve stimuli, als anderen(dus het is echt gefocust op verminderde expressie)Avolition/asociality- Onvermogen om bepaald, doelgericht gedrag te vertonen (op school, werk of thuis)- Ongemotiveerd, fysiek langzaam, doet weinig- Slechte persoonlijke hygiëne- Teruggetrokken en sociaal geïsoleerd: maar alléén als er wel mogelijkheid is tot sociale relaties (en dus niet iemand zonderfamilie of vrienden)
  • Cognitieve moeilijkheden Schizofrenie spectrum: Moeilijkheden in simpele cognitieve processen zoals aandacht, geheugen en verwerkingssnelheid- Moeilijkheden met focussen en behouden van hun vrijwillige aandacht- Moeilijkheden met werkgeheugen zorgt voor een slecht korttermijngeheugen- Onderscheid in relevante en irrelevante informatie is hierdoor lastig → draagt bij aan wanen/hallucinaties/gedesorganiseerdgedrag/avolition- De familie van schizofrenen laten ook vaak cognitieve moeilijkheden zien (al dan niet met schizofrenie)
  • Diagnose Schizofrenie spectrum: - Letterlijke betekenis schizofrenie: schizo = splitten, fren = mind → verdeelde gedachtes/emoties/etc.DSM-5: zie tabel 8.2, blz. 226→ Twee of meer symptomen van psychose, waarvan één tenminste wanen, hallucinaties of gedesorganiseerde spraak moetzijn→ Deze symptomen moeten consistent en acuut aanwezig zijn voor tenminste 1 maand (acute fase van de stoornis)→ Andere symptomen moeten tenminste 6 maanden aanwezig zijn in een mate waarin deze sociaal functioneren of anderebezigheden verstoren (werk en school, familie en relatie, verzorging en zelfeffectiviteit)→ Specificeren voor catatonische symptomen→ Voor en na de acute fase kan er sprake zijn van dominante negatieve symptomen en milde positieve symptomen:Prodronale symptomen = voor de acute faseResiduale symptomen = na de acute faseGaan beiden gepaard met desinteresse in anderen en terugtrekking- Als schizofrenie niet behandeld wordt, kan het chronisch en/of episodisch zijn- Verschil tussen diagnose schizofrenie en autisme spectrum stoornis: bij schizofrenie MOETEN er hallucinaties/wanenaanwezig zijn en de sociale moeilijkheden van autisme moeten al heel vroeg aanwezig zijn- Negatieve symptomen hebben vaak grotere impact op functioneren en zijn daarnaast moeilijker met medicatie tebehandelen- Verschil DSM-5 met DSM-4: in DSM-5 worden er géén subtypes van schizofrenie meer aangehouden!
  • Prognose - Schizofrenie - Schizofrenie brengt extreem veel moeilijkheden met zich mee, zelfs met behandeling- Kortere (10 jaar minder!) levensverwachting- Meer infecties en circulaire ziektes- 10-15% van schizofrenen pleegt suïcide- Schizofrenen zijn echter wel vrij stabiel in hun vermogens: na 5 à 10 jaar na hun eerste episode zijn er weinig terugvallen enis er geen sprake meer van verslechtering- 1/3 kan zelfstandig wonen
  • Schizofrenie spectrumm Gender en leeftijdsfactoren: - Vrouwen hebben betere prognose dan mannen (minder opgenomen, mildere negatieve symptomen, betere socialeaanpassing, minder cognitieve moeilijkheden) → hoe dit komt is niet geheel duidelijk, maar vrouwen hebben vaker wel eenbetere voorgeschiedenis (vaker geslaagd op school, getrouwd, kinderen)→ Wat hier mee te maken kan hebben is oestrogeen, wat invloed heeft op dopamine (een belangrijke neurotransmitter in deschizofrene stoornissen), de normale sekseverschillen in het brein (bijv. de langzamere ontwikkeling van het brein bijmannen brengt hoger risico mee)- Functioneren verbeterd met de leeftijd, voor zowel mannen als vrouwen: kan komen door behandeling, familiesteun, maarook doordat het ouder wordende brein minder waarschijnlijk nieuwe episodes aanwakkert
  • Sociaal-culturele factoren schizofrenie - Mensen met schizofrenie in ontwikkelingslanden laten een positievere koers zien dan mensen met schizofrenie inontwikkelde landen → kan komen doordat de sociale omgeving in ontwikkelingslanden aanpassing en herstel beterfaciliteren, doordat familiebanden vaker close zijn en doordat deze families vaak lager scoren op vijandigheid, kritiek of overbescherming