13

Niederländisch (Subject) / Niederländisch Basiswoorden 2 (Lesson)

2

This lesson was created by Schnebi90.

Learn lesson

Advertisement
  • das Gehalt het salaris
  • die Bewerbung de sollicitatie
  • das Stellenangebot de vacature
  • beenden, kündigen opzeggen | zei op [opzei] - heeft opgezegd |
  • Der Boss de baas
  • notwendig noodzakelijk
  • entwickeln ontwikkelen | ontwikkelde - heeft ontwikkeld |
  • befolgen, gehorchen opvolgen | volgde op - is opgevolgd |
  • unterschreiben tekenen | tekende - heeft getekend |
  • erläutern, begründen toelichten | lichtte toe [toelichtte] - heeft toegelicht |
  • Advertisement
  • das Ereignis de gebeurtenis
  • leider helaas
  • abonnieren abonneren | abonneerde - heeft geabonneerd |