62

Holländisch (Subject) / A1a Capter 4 (Lesson)

Vocabulary from the Book Nederlands in gang

This lesson was created by moritzcm.

Learn lesson

Advertisement
  • Nee, dat lukt niet. Nein, das geht nicht.
  • Nee, ik heb al een afspraak. Ich habe da schon einen Termin.
  • Nee, dan kan ik niet. Nein, dann kann ich nicht.
  • Ga je mee (naar) ... Gehen wir (zu) ...
  • Zullen we voor zaterdag een afspraak maken? Sollen wir uns für Samstag verabreden?
  • Zullen we om 16.00 uur bij ons thuis afspreken? Sollen wir uns um 16:00 Uhr bei uns treffen?
  • Kun je om 16.00 uur komen? Kannst du um 16:00 Uhr kommen?
  • Kun je woensdag de 8ste? Kannst du Mittwoch den 8.?
  • Ik ga naar het café. Ich gehe ins Café.
  • vinden ik vind jij vindt hij/zij/het vindt wij vinden jullie vinden zij vinden finden
  • Advertisement
  • omdat weil
  • er dort, da