Niederländisch (Subject) / De kop is eraf! Dag eens (Lesson)

There are 157 cards in this lesson

Grundvokabeln von A2 bis B1

This lesson was created by cosimafleischsalattiger.

Learn lesson

  • ständig aldoor
  • so, also aldus
  • allgemein algemeen
  • beide allebei
  • allein, nur alleen
  • alle, alles allemaal
  • allerhand allerlei
  • alles alles
  • als, wie, wenn als
  • als ob alsof
  • wenigstens althans (geh.)
  • Botschaft de ambassade
  • andere, ander, zweite (de) ander
  • anderthalb anderhalf
  • anders, sonst anders
  • anderseits anderzijds
  • Angst de angst
  • Antwort, Bescheid het antwoord
  • besonder, einzeln, getrennt apart
  • Apfel de appel
  • bedürftig, Arm (de) arm
  • Artikel het artikel
  • Arzt de arts
  • Auto de auto
  • Abend de avond
  • Bahn, Streifen, Stelle de baan
  • Bart de baard
  • Meister, Chef, Inhaber de baas
  • Baby de baby
  • Badewanne, Bad het bad
  • Gepäck de bagage
  • Ball het/de bal
  • Band, Reifen, Streifen de band
  • Bank de bank
  • Basis de basis
  • Bett het bed
  • danken, sich bedanken bedanken
  • bedenken, ausdenken bedenken
  • meinen bedoelen
  • Absicht de bedoeling
  • Betrag het bedrag
  • Betrieb, Firma het bedrijf
  • Bild, Skulptur het beeld
  • Bein het been
  • Tier het beest
  • bisschen, wenig het beetje
  • Anfang het begin
  • anfangen beginnen
  • verstehen, fassen begrijpen
  • Begriff, Einsicht, Verständnis het begrip