Niederländisch (Subject) / Lektion 13 (Lesson)

There are 138 cards in this lesson

Ik zit net te denken ...

This lesson was created by CaroleZ.

Learn lesson

This lesson is not released for learning.

  • denken, meinen denken
  • nicht alltäglich niet-alledaags
  • Überstunden machen overwerken
  • Geschäftsreise de zakenreis
  • Verabredung de afspraak
  • eingeladen (einladen) uitgenodigt (uitnodigen)
  • folgen, besuchen volgen
  • Begriff het begrip
  • Blumenstrauss het bloemetje
  • mitnehmen meenemen
  • einen Drink nehmen borrelen
  • Badehose de zwembroek
  • wechseln wisselen
  • tanzen dansen
  • Durcheinander de rommel
  • verdienen verdienen
  • Laptop de laptop
  • Geschäftspartner de zakenrelatie
  • übernachten overnachten
  • festlegen vastleggen
  • sich beeilen opschieten
  • absagen afzeggen
  • üben oefenen
  • sich entspannen uitrusten
  • sag mal
  • Umzug de verhuizing
  • Rückenschmerzen haben last hebben van je rug
  • heben tillen
  • bestimmt vast wel
  • wurde (werden) zou (zullen)
  • nörgeln zeuren
  • in der Zwischenzeit in de tussentijd
  • gebrochen (brechen) gebroken (breken)
  • oje jeetje
  • wusste (wissen) wist (weten)
  • Skiurlaub de wintersport
  • ärgerlich vervelend
  • gespannt benieuwd
  • Ausrede het smoesje
  • Computer de computer
  • P.S. P.S.
  • Anruf het belletje
  • Grippe de griep
  • kommend aanstaand
  • Leid tun spijten
  • Datum de datum
  • Sankt Nikolaus Sinterklaas
  • feiern vieren
  • Geburtstag haben jarig zijn
  • wievielst hoeveelst