21
Niederländisch (Subject) / 8_05 (Lesson)
Advertisement
- Lust Appetit de zin
- Idee het idee
- sehen zien
- finden vinden
- Tasse het kopje
- Apfelgebäck het apelgebak
- Stück het stukje
- dazu erbij
- bezahlen afrekenen
- Ich komme sofort/gleich Ik kom zo
- Advertisement
- komplett complet
- je nach Wahl naar keuze
- kalt koud
- Torte de taart
- gekochter Schinken gekookte ham
- Stück Kuchen de taartpunt
- einen Blick werfen een kikje nemen
- Wasser het water
- Kohlensäure de prik
- Flasche de fles
- rot rood