492
Niederländisch (Subject) / Alltag (Lesson)
Advertisement
- Postkarte ansichtkaart ansichtkaarten
- Apfel appel
- Apfelkuchen appeltaart
- April april
- Arbeitsbedingungen arbeidsvoorwaarden
- armselig/ärmlich armoedig
- ankommen arriveren
- Auswahl assortiment
- August ausgustus
- Einheimischer autochtoon
- Advertisement
- Autofahrer automobilisten
- falsch herum/kontraproduktiv averechts
- zu Abend essen avondeten
- Nachrichten journaal
- abenteurlich avontuurlijk
- Januar januari
- Stück Apfel het stukje appel
- Apfelkitsche het klokhuis
- Orange de sinaasappel
- Zitrone de citroen
- Limette de limoen
- Bananenschale de schil
- Traube Trauben de druif de druiven
- Rosinen de rozijn de rozijnen
- Pampelmuse de pompelmoes
- Kirsche de kers de kersen
- Avocado de avocado
- Pfirsich de perzik
- Pflaume de pruim
- getrocknete Pflaume de gedroogde pruim
- Advertisement
- Olive Oliven de olijf de olijven
- Wassermelone de watermeloen
- Honigmelone de kantaloep
- Ananas de ananas
- Erdbeere Erdbeeren de aardbei de aardbeien
- Blaubeeren de bosbes
- Brombeeren de braambes de braambessen
- Himbeeren de frambos de frambozen
- Kiwi de kiwi de kiwi's
- Kokosnuss de kokosnoot
- Mango de mango
- der Kopf het hoofd
- Nacken de nek
- Hals de hals
- die Brustwarze de tepel
- Bauchnabel de navel
- Puls de pols
- Bauch de buik
- Magen de maag
- Knie de knie de knieen