25

Niederländisch (Subject) / Füllwörter (Lesson)

Wörter, die man immer wieder in jedem Satz braucht

This lesson was created by Haarlem.

Learn lesson

This lesson is not released for learning.

Advertisement
  • übrigens/ allerdings trouwens Het probleem van de toenemende geweldbereidheid ligt trouwens nog dieper.
  • natürlich natuurlijk Maar natuurlijk! Natuurlijk wordt er gewerkt met het modernst materieel.
  • vielleicht misschien
  • in der Tat inderdaad
  • immer altijd
  • nur alleen (maar)
  • beinah bijna
  • manchmal soms
  • ganz helemaal
  • weil omdat
  • Advertisement
  • zum Glück gelukkig  Jij mankeert gelukkig niets.
  • ziemlich redelijk  De hond gehoorzaamt redelijk goed.
  • damit ermee
  • erst eerst
  • danach daarna
  • meistens meestal
  • oft vaak
  • gerade erst/eben pas Zij zijn pas getrouwd.
  • schon al
  • eigentlich eigenlijk
  • eben even
  • leider helaas
  • immer/stets steeds
  • außerdem bovendien
  • vorallem vooral Ze moet vooral interessant zijn.