76

NL taal vitaal (Subject) / Lektion 5 (Lesson)

Lektion 5

This lesson was created by dominiquehediger.

Learn lesson

This lesson is not released for learning.

Advertisement
  • wir gehen auch schon mal aus/weg (ausgehen) we gaan ook wel eens uit (uitgaan)
  • meistens meestal
  • nach (zeitlich) na
  • fehlerhaft, falsch fout
  • Satz de zin
  • verbessern, korrigieren verbeteren
  • oft vaak
  • ab und zu af en toe
  • Abendessen het avondeten
  • aufräumen opruimen
  • Advertisement
  • Brotscheibe Schinken Butter Marmelade Erdnussbutter Orangensaft de boterham de ham de boter de jam het sinaasappelsap
  • unter der Woche door de week
  • zu, dazu toe
  • wichtig belangrijk
  • Besuch het bezoek
  • gleich, sofort meteen
  • schnell, direkt snel
  • weg weg
  • herzlich willkommen van harte welkom
  • Keksdose de koektrommel
  • unfreundlich onhartelijk
  • sich selbst zichzelf
  • gleich, nachher straks
  • besprechen bespreken
  • zum Beispiel bijvoorbeeld
  • sollen zullen