11

Niederländisch (Subject) / Unregelmäßge Verben (Lesson)

Infinitiv Imperfekt Partizip Perfekt

This lesson was created by JanoT.

Learn lesson

This lesson is not released for learning.

Advertisement
  • backen bakken - bakte - bakten - gebakken
  • beginnen, anfangen beginnen - begon - begonnen - begonnen (zijn)
  • begreifen begrijpen - begreep - begrepen - begepen
  • existieren bestaan - bestond - bestonden  - bestaan
  • befehlen bevelen - bevaal - bevolen - bevolen
  • besuchen  bezoeken - bezocht - bezochten - bezocht
  • beten bidden - bad - baden - gebeden
  • beißen bijten - beet - beten gebeten
  • herausstellen blijken - bleek - bleken - gebleken (is)
  • bleiben blijven - bleef - bleven - gebleven
  • Advertisement
  • brechen breken - brak - braken - gebroken