125

Nederlands (Subject) / Les 3 (Lesson)

dritte Lektion

This lesson was created by Sanna.

Learn lesson

This lesson is not released for learning.

Advertisement
  • der offenen Kamin de open haard
  • groß, geräumig riant
  • wenigstens minstens
  • die Hälfte de helft
  • bestimmt bestemd
  • mieten huren
  • gibt geeft
  • manche Fälle  sommige gevallen
  • kaufen kopen
  • so genannte zogenaamde
  • Advertisement
  • besonders bijzonder
  • Affe  de aap
  • Kamera de camera
  • Kreis de cirkel
  • Maus de muis
  • Auge het oog
  • Pferd het paard
  • Fluss de rivier
  • Schlüssel de sleutel
  • Turm de toren
  • Finger de vinger
  • da, doort daar
  • hier hier
  • viel, viele veel
  • Apfel de appel
  • Baum de boom
  • Kind Kinder het kind de kinderen
  • reden praten
  • rennen rennen
  • wissen weten
  • Advertisement
  • wollen willen
  • sagen zeggen
  • sehen zien
  • jung jong
  • alt oud
  • rot rood
  • schnell snel
  • langsam langzaam
  • niedrig laag
  • tief diep
  • Wo Wann Wer Was Wie Waar Wanneer Wie Wat Hoe
  • geben geven
  • Geschenk het kado
  • auch ook
  • noch nog
  • jetzt nu
  • Stadt de stad
  • ein bisschen een beetje
  • schade jammer
  • Sohn de zoon