48

Niederländisch (Fach) / Verben - unregelmäßiges Perfekt (Lektion)

-

Diese Lektion wurde von EvaSchnitzel erstellt.

Lektion lernen

Anzeige
  • bakken gebakken
  • beginnen (is) begonnen
  • blijven (is) gebleven
  • brengen gebracht
  • denken gedacht
  • doen gedaan
  • dragen gedragen
  • drinken gedronken
  • eten gegeten
  • gaan (is) gegaan
  • Anzeige
  • geven gegeven
  • hangen gehangen
  • hebben gehad
  • helpen geholpen
  • heten geheten
  • kiezen gekozen
  • kijken gekeken
  • kopen gekocht
  • krijgen gekregen
  • komen (is) gekomen
  • kunnen gekund
  • lezen gelezen
  • liggen gelegen
  • lopen (heeft/is) gelopen
  • moeten gemoeten
  • mogen gemogen
  • nemen genomen
  • ontbijten ontbeten
  • rijden (heeft/is) gereden
  • scheren geschoren
  • Anzeige
  • schrijven geschreven
  • slapen geslapen
  • spreken gesproken
  • staan gestaan
  • vergeten (heeft/is) vergeten
  • vinden gevonden
  • vliegen (heeft/is) gevlogen
  • vragen gevraagd
  • wassen gewassen
  • wegen gewogen
  • weten geweten
  • willen gewild
  • zeggen gezegd
  • zien gezien
  • zijn (is) geweest
  • zitten gezeten
  • zoeken gezocht
  • zwemmen (heeft/is) gezwommen