Holländisch (Fach) / A1a Capter 9 (Lektion)
In dieser Lektion befinden sich 48 Karteikarten
Vocabulary from the Book Nederlands in gang
Diese Lektion wurde von moritzcm erstellt.
- de huisarts Doktor, Hausarzt
- de dokter Doktor
- wat is er aan de hand? ~ wo drückt es?
- zoals wie
- zit ik onder de bultjes Ich bin mit Punkten übersäht.
- de bult Beule
- de arm Arm
- het been Bein
- het gezicht Gesicht
- jeuken jucken
- verschrikkelijk furchtbar
- van alles alles
- proberen versuchen
- gisteravond letzte Nacht
- overdag tagsüber
- werken arbeiten
-
- de klant Kunde
- bekijken anschauen
- de voetbal-vereniging Fußball-Verein
- de wedstrijd Wettstreit
- spelen spielen
- daarna danach
- bijzonder besonders
- afgelopen abgelaufen, vergangen
- vergeten vergessen
- denken denken
- rijp reif
- de emmer Eimer
- vol voll
- vorig letzte
- de klacht Beschwerde
- lijken op aussehen wie
-
- allergisch allergisch
- de reactie Reaktion
- meegeven geben
- de zalf Salbe
- tegen gegen
- de jeuk Jucken
- anders sonst, ansonsten
- krabben kratzen
- de huid Haut
- kapot kaputt
- sterkte viel Glück
- studeren studieren
- leren lernen
- ochtend Morgen
- elke jeder, jede, jedes
- nooit nie, niemals
