464

Niederländisch Vokabeln (Fach) / Allgemeines (Lektion)

Vokabeln für den Alltag

Diese Lektion wurde von Jade_19 erstellt.

Lektion lernen

Diese Lektion ist leider nicht zum lernen freigegeben.

Anzeige
  • Gute Besserung! Beterschap!
  • das Objekt het voorwerp
  • die Tasse de kop het kopje
  • der Tee de thee
  • das Glas het glas
  • das Glas het glas het glaasje
  • die Zahl het getal
  • mitsprechen meespreken
  • tausend duizend
  • eine Million het miljoen
  • Anzeige
  • ausdenken bedenken
  • die Ziffer het cijfer
  • aufschreiben opschrijven
  • vorlesen voorlezen
  • vergleichen vergelijken
  • die Telefonnummer het telefoonnummer
  • die PLZ de postcode het postnummer
  • die Vorwahl het netnummer het zonenummer
  • das Festnetz de vaste lijn
  • mobil mobiel
  • die Notrufnummer het alarmnummer
  • Es gibt... Er is/ Er zijn
  • wollen willen
  • besuchen, absolvieren volgen
  • das Anmeldeformular het inschrijftvormulier
  • der Anfangsbuchstabe de voorletter
  • das Geschlecht het geslacht
  • der Zusatz de toevoeging
  • der Ort, die Stelle de plaats
  • die Altersgruppe de leeftijdsgroep
  • Anzeige
  • bis einschließlich tot en met
  • das Telefon de telefoon
  • privat privé
  • die Arbeit het werk
  • die E-mail Adresse het e.mailadres
  • die Kontonummer het rekeningnummer
  • der Betrag het bedrag
  • das Datum de datum
  • die Unterschrift de handtekening
  • wann wanneer
  • jemand iemand
  • zu jemandem tegen iemand
  • diskutieren discussieren
  • auffallen opvallen
  • die Eltern de ouders
  • der Lehrer de leraar
  • der Unbekannte de onbekende
  • die Generation de generatie
  • die Verabredung de afspraak
  • das Café het café