46
In de Startblokken Nederlands (Fach) / hoofdstuk 12 (Lektion)
Anzeige
- Bahnhof het station
- Kennen Sie sich hier aus? Bent u hier bekend?
- bekannt bekend
- Passant de voorbijganger
- Busfahrer de buschauffeur
- Bus de bus
- Fahrer de chauffeur
- zu Fuß gehen lopen
- sicher zeker
- ab vanaf
- Anzeige
- Straßenbahn de tram
- Linie de lijn
- haben Glück hebt geluk (geluk hebben)
- kommt an ( ankommen) komt aan (aankomen)
- gerade net
- einsteigen instappen
- Stück het stuk
- gegenüber tegenover
- Eingang de ingang
- überqueren over...steken (oversteken)
- Schalter de balie
- Halle de hal
- Pförtner / Portier de portier
- oben boven
- gehen Sie nach oben / hinauf ga op (opgaan)
- Treppe de trap
- Geradeaus rechtdoor
- bis tot
- erkennen herkent (herkennen)
- nach links linksaf
- Anzeige
- Ende het eind
- rechts rechts
- nehmen Sie mit neemt me (meenemen)
- Plan de plattegrond
- Toiletten toiletten (het toilet)
- unten beneden
- Ecke de hoek
- gehen Sie nach unten / hinunter ga....af (afgaan)
- bis zum Ende gehen uitlopen
- von selbst vanzelf
- Schilder bordjes (het bordje)
- folgen volgen
- einfacher makkelijker
- ich suche... Ik zoek...
- Folge den Schildern. Volg de bordjes.
- Die Tram stoppt gegenüber vom Eingang. De tram stopt tegenover de ingang.