65
In de Startblokken Nederlands (Fach) / hoofdstuk 6 in een restaurant (Lektion)
Anzeige
- dürfen, können, mögen ich mag, du magst... ik mag jij / je mag u mag hij, zij/ ze, het mag wij/ we mogen jullie mogen zij/ ze mogen
- möchten, wollen willen ik wil jij / je wil/ wilt u wil/ wilt hij, zij/ ze, het wil wij/ we willen jullie willen zij/ ze willen
- müssen moeten ik moet jij / je moet u moet hij, zij/ ze, het moet wij/ we moeten jullie moeten zij/ ze moeten
- können kunnen ik kan jij / je kan/ kunt u kan /kunt hij, zij/ ze, het kan wij/ we kunnen jullie kunnen zij/ ze kunnen
- sollen zullen ik zal jij/ je zal / zult u zal / zult hij, zij/ze, het zal wij/ we zullen jullie zullen zij/ ze zullen
- Markthändler de marktkoopman
- Freundin de vriendin
- Restaurant het restaurant
- Kellnerin de serveerster
- Tisch de tafel
- Anzeige
- an an dem Fenster bij bij het raam
- Fenster het raam
- sich (hin) setzten gaan zitten
- Speisekarte de menukaart
- schon mal schon mal etwas zu trinken bestellen alvast alvast iets te drinken bestellen
- Mineralwasser het mineraalwater
- Durst de dorst
- mich mij
- nur nehmen wir nur ein x? alleen nemen we alleen een x?
- Hauptgericht het hoofdgerecht
- Hunger de honger
- Vorspeise Nachspeise, -tisch het voorgerecht het nagerecht
- Senfsuppe de moesterdsoep
- Senf de moesterd
- Suppe de soep
- sehr erg
- als als Hauptspeise als als hoofdgerecht
- Steak de biefstuk
- Pommes het frietjes
- Salat de salade
- Anzeige
- Huhn de kip
- Reis de rijst
- kein geen
- Fleisch het vlees
- doch toch
- vegetarisches vegetarisch/e
- Tagesgericht de dagschotel
- wählen, aussuchen kiezen
- Guten Appetit eet smakelijk
- Messer het mes
- Gabel de vork
- Löffel de lepel
- Moment, Augenblick momentje het moment
- holen halen
- bischen beetje
- schwierig moeilijk
- het gaat wel es geht so
- Art de soort
- Paella de paella
- mag (gern) houd (houden) van