31

Diago (Fach) / Colleges (Lektion)

Colleges

Diese Lektion wurde von Muschimungo erstellt.

Lektion lernen

Anzeige
  • Transparantie in psychodiagnostiek betekent? alle stappen expliciet maken
  • Multimethodisch betekent in de psychodiagnostiek? Verschillende informatiebronnen en verschillende methoden en instrumenten te gebruiken, met integratie van contextuele factoren bij interpretatie.
  • Wat spreekt ervoor om testen en vragenlijsten te gebruiken?   •standaardisatie • volledigheid • kwantificeerbaarheid • efficiëntie • transparantie • onderzoekbaarheid van stoornis
  • Wat zijn de 6 stappen van het Hypothese Toetsend Model (HTM) van De Bruyn? Aaanmelding - Klachtanalyse - Probleemanalyse - Diagnosestelling - Indicatiestelling - Advies.
  • Wat zin de stappen in het diagnostisch proces? }  Aanmelding à intakegesprek }  Klachten, anamnestische gegevens en hulpvraag }  Diagnostische vraagstelling à hypotheses }  Keuze onderzoeksmethoden en instrumenten }  Uitvoering onderzoek (nb observatie) }  Scoren van de resultaten à interpreteren }  Verslaglegging, schriftelijke rapportage Terugkoppeling naar de cliënt  
  • Wat is het informantenprobleem? Kun je het omschrijven? Een belangrijk probleem bij de taxatie van de ernst va n de problematiek is dat verschillende informanten (de jeugdige, de ouder, de leerkracht, de groepsleider, de hulpverlener) slechts gebrekkig overeenstemmen in hun oordeel over die ernst. Hoe in dat licht het perspectief van de cliënt weegt ten opzichte van dat van de hulpverlen er is een materie waarop nog geen eenduidig antwoord bestaat. Een ander probleem is dat er verschi llende normen bestaan om al dan niet van ernstig te kunnen spreken.
  • Noem en omschrijf de belangrijksten kenmerken van de SCL-90 vragenlijst? De Symptom Checklist (SCL-90) is de meest gebruikte multidimensionale klachtenlijst. Zij meet zowel lichamelijke als psychische klachten. Zij wordt vaak als screenings instrument gebruikt. Bruikbaar is ze vanaf 12 jaar
  • Omschrijf de Brief Symptom Inventory (BSI). De BSI is een multidimensionale klachtenlijst die weergeeft in welke mate de onderzochte gedurende de afgelopen periode last had van psychische en / of lichamelijk symptomen. Tevens geeft deze test een score voor het totaal aantal klachten, totaal aanwezige symptomen en de ernst van de aanwezige symptomen. De tests is gevoelig voor therapie invloeden. De BSI is een voldoende betrouwbare en valide test.
  • Wat zijn de kenmerken van de 4DKL, de distress-, depressie-, angst- en somatisatieschaal? De 4DKL is een unieke vragenlijst ontwikkeld door Terluin in de huisartsenpraktijk (Terluin, 1998). De 4DKL bestaat uit een distress-, depressie-, angst- en somatisatieschaal. De depressieschaal en angstschaal bestaan uit respectievelijk 6 en 12 items. De distress- en somatisatieschaal hebben beide 16 items. De items worden gescoord op een 5-puntsschaal
  • Vertel iets oer ve Depressie-Angst-Stress-Schaal (DASS): De angst- en depressieschaal van de DASS bestaan beide uit 14 items. Het kost 5-10 minuten om de vragenlijst af te nemen. De items worden gescoord op een 4-punt Likert schaal (0 = helemaal niet of nooit van toepassing tot 3 = zeer zeker of meestal van toepassing). De schaalscore wordt berekend door de scores per item op te tellen (een eenvoudig scoringsformulier is hiervoor beschikbaar). De range van elke subschaal loopt dus van 0-42. Hogere DASS scores wijzen op meer klachten. Voor de screening van angst en depressie wordt een afkappunt van 12 voor de depressieschaal en 5 voor de angstschaal gebruikt.
  • Anzeige
  • Wat verstaat men onder multi-morbiditeit? Als iemand meerdere ziekten, tegeliojkerheid heeft. Bijvoorbeeld , oudere mensen hebben vaak ademproblemen gepaard met dementie, depressie of spierklachten.
  • Wat zijn Ziektediagnostiek en zorgdiagnostiek? Ziektediagnostiek is meer onderkennend en zorgdiagnostiek is eerder indicerend.
  • Wat is de MMSE? MMSE staat voor Mini-Mental State Examination. Ermee wordt een globale indruk verkregen van de cognitieve functies
  • Wat is de CST? CST staat voor cognitief screenings test. Dit is een betrouwbaar en valide screeninginstrument, dat een beroep doet op het geheugen en de oriëntatiefuncties. Dit maakt het instrument gevoelig voor het opsporen van een groot aantal vormen van dementie. Het is een snelle methode om aanwezigheid en ernst van cognitieve stoornissen bij ouderen vast te stellen. Er kunnen geen uitspraken gedaan worden over een mogelijke oorzaak of type dementie.   De CST-20 heeft een hoge sensitiviteit en specificiteit bij classificatie van matig tot ernstige dementie. Voor de detectie van beginnende dementie heeft de CST-20 een betere sensitiviteit dan andere cognitieve screeninginstrumenten. De uitkomsten worden niet beïnvloed door geslacht en leeftijd en minder door opleiding dan bij de MMSE het geval is. Depressie heeft geen invloed van betekenis. Belangrijk: een hoge score sluit pathologie niet uit! De afnameduur is uiteraard afhankelijk van de mogelijkheden van de cliënt maar bedraagt gemiddeld 15 minuten.
  • Defineer de CAMDEX/CAMCOG asb.? Camdex staat voor Cambridge Examination for mental Disorders.De Camdex is een uitgebreid screenings instrument voor dementie voor Volwassenen vanaf 60 jaar en ouder.Het doel is het differentieel diagnosticeren van dementiesyndromen. De CAMDEX-R/N is een gestandaardiseerd, gestructureerd diagnose-instrument voor psychische stoornissen bij ouderen, met speciale aandacht voor dementiesyndromen. De verkregen informatie biedt de mogelijkheid om op basis van operationele diagnostische DSM-IV-classificaties en ICD-10-criteria de ernst van de dementie vast te stellen. De CAMCOG is een deel van de CAMDEX. De CAMCOG is het cognitieve evaluatieve deel, een beoordeling van het geestelijke functioneren.
  • Wat is een omnibus test? Eeen test met verschillende delen die onafhankelijk van een bepaalde volgorde zijn.
  • Wat is de Amsterdamse Dementie-Screeningstest (ADS-6, 1989)? De Amsterdamse Dementie-Screeningstest is een screeningsinstrument voor dementie. Zij heeft het doel om de kans op dementie vast te stellen of uit te sluiten bij personen van 65 tot 94 jaar.   De ADS-6 bestaat uit zes subtests: Visueel geheugen, Oriëntatie, Meander, Fluency, Natekenen en Acht-woordentest. De test heeft aparte schalen voor het differentiëren tussen dementie en geheugenstoornissen, frontale stoornissen, taalstoornissen, visuele stoornissen, motorische stoornissen en visueel-constructieve stoornissen. Elke subtest levert een ruwe score op die met behulp van een tabel wordt omgezet in een gewogen score waarmee de dementiewaarschijnlijkheid kan worden bepaald. De test geeft ook richtlijnen voor aanvullend onderzoek.
  • Wat zijn voorbeelden van vaak vermelde kritiek op diagnostische instrumenten bij oudere volwassenen? Het zijn vaak kleine dingen. Soms is de Vl te viel en te lang. Vaak is de lettertype te klein voor oudere met slechte visus. Ook hoort men vaak dat de inhoud niet op hun levenssituatie is afgestemd. 
  • Wat is de Nederlandse persoonlijkheid vragenlijst (NPV-2 )? De Nederlandse Persoonlijkheidsvragenlijst-2 (NPV-2) is een veelgebruikte zelfrapportagevragenlijst voor jongeren en volwassenen. De vragenlijst kan worden gebruikt in de ggz, het onderwijs en de HRM. De vragenlijst meet Neuroticisme-Emotionele Stabiliteit (Inadequatie), Sociale Angst (Sociale Inadequatie), Rigiditeit, Verongelijktheid, Egoïsme (Zelfgenoegzaamheid), Dominantie en Zelfwaardering. Bovendien heeft de test een grote voorspellende waarde: de NPV-2 is daarmee een zeer geschikt instrument om de persoonlijkheid van de cliënt in beeld te brengen.
  • Omschrijf de NEO Five Factor Inventory (Neo-FFI). De NEO Five Factor Inventory is een Nederlandse verkorte versie van de bekende NEO-PI. De NEO-FFI persoonlijkheidsvragenlijst is een geautoriseerde verkorte versie van de in 1992 uitgekomen revisie van de NEO Personality Inventory van Costa & McCrae. De NEO-PI-R meet de vijf belangrijkste domeinen van de persoonlijkheid bij volwassenen en dertig onderliggende facetten. Met de 60 items van de NEO-FFI is alleen een goede beoordeling mogelijk van de vijf domeinen van de persoonlijkheid. De NEO-FFI kan worden gebruikt om uitspraken over de individuele persoonlijkheid te kunnen doen en wel in termen van de Big Five-persoonlijkheidsdimensies. Dit gebeurt meestal met het oogmerk de informatie over persoonlijkheidsaspecten mee te laten wegen bij beslissingen aangaande de persoon, bijvoorbeeld bij behandeling van patiënten, bij selectie voor arbeidsplaatsen, bij de bepaling van geschiktheid voor individuele ontwikkelingsprogramma's en dergelijke. Daarnaast ligt gebruik voor researchdoeleinden voor de hand. Zo is de NEO-FFI doordat deze in veel talen beschikbaar is, bijvoorbeeld zeer geschikt voor internationaal vergelijkende studies.
  • Geef een paar details voor de Minnesota Multiphasic Personality Inventory‐2 (MMPI-2): De Nederlandstalige Minnesota Multiphasic Personality Inventory‐2 (MMPI‐2) is één van demeest gebruikte zelfrapportagevragenlijsten voor meting van psychopathologie enpersoonlijkheidskenmerken.   De MMPI‐2 omvat de hoofdschalen sociale introversie,hypochondrie (een brede waaier aan vage lichamelijke klachten), depressie, hysterie(somatische klachten, levensproblemen en sociale angsten), psychopathische deviatie(familie‐ en autoriteitsproblemen, sociale onverstoorbaarheid en vervreemding),mannelijkheid‐vrouwelijkheid (traditionele rollen en interesses), paranoia(achtervolgingsideeën, sensitiviteit en naïviteit), psychasthenie (obsessief‐compulsievegedragingen), schizofrenie, en hypomanie (amoraliteit en egocentrisme). Als aanvulling opde hoofdschalen bevat de MMPI‐2 inhoudsschalen die gegroepeerd kunnen worden inintrapsychische symptomen, naar buiten gerichte agressie, negatief zelfbeeld en algemeneprobleemgebieden. Een aantal ‘kritieke’ items vormen een indicatie voor ernstigepsychopathologie en verdienen extra aandacht. De MMPI‐2 wordt hypothesegenererendgebruikt.
  • Wat is de NVM en de NPST (Negativisme, Ernstige Psychopathologie en Somatisering Test)? De NPST is een nieuwe verkorte versie van de NVM. De NPST is een verbeterde vervanger van de NVM. De NPST is een persoonlijkheidsvragenlijst waarmee op een efficiënte en kwalitatief goede manier de drie belangrijke persoonlijkheidsaspecten van de NVM worden gemeten, te weten Negativisme, Ernstige Psychopathologie en Somatisering. De NPST bestaat uit 54 items verdeeld over drie schalen: 1. Negativisme 2. Somatisering 3. Ernstige psychopathologie   Als antwoordschaal voor de NPST wordt een driepuntsschaal gebruikt: Juist - ? - Onjuist. De ruwe scores worden geïnterpreteerd met behulp van een zevenpuntsnormeringsschaal. Deze loopt van ‘zeer laag’ tot ‘zeer hoog’. De scoring is eenvoudig met behulp van een zelfscorend formulier of in geautomatiseerde vorm via P2O.
  • Geen een omschrijving van de Utrechtse Coping Lijst (UCL): De Utrechtse Coping Lijst meet de coping stijl van personen. Oorspronkelijk op te vatten als stijl van probleemoplossend vermogen als onderdeel van de persoonlijkheid. De uitslagen op de UCL zijn echter afhankelijk van de toestand waarin de onderzochte zich bevindt. De scores laten doorgaans pre- en posttherapie een ander profiel zien.   De UCL bestaat uit 47 vragen die worden beantwoord op een 4-puntsschaal van “1= zelden of nooit” – “4= zeer vaak”.   De score wordt bepaald door de somscore van de items te middelen. Een stabiel patroon zonder grote uitschieters duidt op een gevarieerd arsenaal aan gedragsalternatieven of kan juist verwijzen naar een weinig uitgesproken persoonlijke stijl. Actieve coping lijkt te passen bij een adaptievere stijl dan passieve of palliatieve coping.
  • Geef een beetje informatie over de Heteroanamnestische persoonlijkheidsvragenlijst (HAP) asb.! Hetero-Anamnestische Persoonlijkheidsvragenlijst (Barendse & Thissen, 2006) is een gevalideerde en genormeerde informanten vragenlijst voor de vaststelling van premorbide persoonlijkheidskenmerken voor normale ouderen en ouderen die gebruik maken van psychiatrische voorzieningen. De vragenlijst wordt ingevuld door iemand die de betrokken persoon goed kent. Dat is meestal een partner, kind of ouder. De lijst kan gebruikt worden wanneer persoonlijkheidsonderzoek door middel van zelfbeoordeling niet goed mogelijk is of als aanvulling op onderzoek met zelfbeoordelingsvragenlijsten. De H.A.P. is geschikt voor beoordeling van aspecten van de persoonlijkheid die voor de klinische praktijk relevant zijn en de screening van persoonlijkheidspathologie.
  • Wat zijn de 6 stappen van het Probleemgedrag - zes stappen model (van Oorsouw, 1997 )? 1. Probleem beschrijving, wat is aan de hand en voor wie is dat een probleem? 2. Wat zijn mogelijke oorzaken. is het gedrag nieuw of oud? Waren er interne/externe veranderingen die ertoe leden? Hoe zit het me interactie tussen verschillende personen? 3.Heeft de client al zwelf oplossingen bedacht en wat was de effect? Zijn er ook positieve kanten aan de client te zien? 4.ANALYSE nauwkeurig: gerichte observatie, gesprekken, psychologisch onderzoek, ---> levensloop, persoonlijkheid en coping stijl betrekken 5.Maak een plan voor GEDRAGSVERANDERING: verklaring en betekenis van gedrag, doelstelling over gewenste gedrag, wat zijn mogelijke strategieen ervoor? Lukt de toepassing en de uitvoering in een afgesproken periode? 6.Evaluatie van interventies. Ook tussendoor en aan het eind afspraken ervoor maken.
  • Wat is de Structured Clinical Interview for DSM-IV Axis II Personality Disorders (Scid II)? De Scid-II is een gestructureerd klinisch interview voor DSM As II, dus persoonlijkheidsstoornissen voor Volwassenen. Bijzonders is dat de vragen gegroepeerd naar diagnosen zijn. De SCID-II kan voor onderzoek en in een klinische setting worden gebruikt. Afname Het is noodzakelijk dat de interviewer gedegen kennis heeft van As-I stoornissen en van persoonlijkheidsstoornissen. Daarnaast moet de interviewer bekend zijn met de verschillende verschijningsvormen van psychopathologie en maar vooral van de diagnostische criteria van de DSM-IV . Verder is een goede gespreksvaardigheid een vereiste. Het interview wordt individueel afgenomen via de pen-en-papiermethode. De afnameduur is variabel.
  • Wat is de Structured Interview for DSM Personality Disorders (SIDP-IV)? De SIDP-IV omvat tien secties, betrekking hebbend op verschillendelevensgebieden (activiteiten en belangstelling, werk, relaties, sociale contacten, emoties, observaties,zelfpercepties, kijk op anderen, stress en boosheid en sociale conformiteit). De interviewvragen zijngeordend op basis van de secties en niet op basis van de persoonlijkheidsstoornissen. Wél staat bijelke vraag het betreffende DSM-IV-criterium dat gemeten wordt. De SIDP-IV kan ook afgenomenworden bij informanten. Het interview hanteert de ‘vijf jaar regel' als operationalisering van hetcriterium D van de algemene diagnostische criteria. Alle vragen worden gescoord op een 4-puntsschaal (0=niet aanwezig; 1=bijna aanwezig; 2=aanwezig; 3=sterk aanwezig). Daarmee levertelke diagnose die met de SIDP-IV gesteld wordt, twee scores op: een dichotome om te bepalen of aande diagnose is voldaan of niet, en een dimensionale voor de ernst van de diagnose. De Nederlandsevertaling van de SIDP-IV heeft een redelijk tot goede interbeoordelaarsbetrouwbaarheid (=0,65-1,00,mediaan 0,90; ICC 0,88-0,99, mediaan 0,97).
  • Wat is de International Personality Disorder Examination (IPDE)? De Nederlandse vertaling is van Duijsens e.a. Het interview is geordend naar zes thema's: werk, zelf,interpersoonlijke relaties, affecten, realiteitstoetsing en impulscontrole. Alle criteria voor depersoonlijkheidsstoornissen komen in deze rubrieken aan de orde. De IPDE staat ook toe om hetinterview per persoonlijkheidsstoornis af te nemen. Ieder criterium krijgt een score op een 3-puntsschaal (0=gedrag/trek niet aanwezig of normaal; 1=gedrag/trek overdreven of geaccentueerdaanwezig; 2=gedrag/trek op criteriumniveau of pathologisch). Voor het scoren van een criterium moetde gemeten trek ten minste vijf jaar aanwezig zijn. Het interview voorziet in een tweede scoringskolomvoor antwoorden van informanten. Naast een score voor de aan- of afwezigheid vanpersoonlijkheidsstoornissen levert het instrument ook dimensionale scores op. Voorafgaand aan hetinterview kan de IPDE Screenings Vragenlijst worden afgenomen.
  • Vertel iets over de Assessment of DSM-IV Personality disorders VL (ADP-IV)? De ADP-IV is een Nederlandstalige zelfrapportagevragenlijst die zich richt op de diagnose vanpersoonlijkheidsstoornissen zoals deze gedefinieerd worden op As II van DSM-IV (APA, 1994).Vernieuwend aan dit instrument is de bijzondere itempresentatie die het mogelijk maakt om de twee centraleaspecten van het concept persoonlijkheidsstoornis te evalueren, namelijk de typicaliteit én de disfunctionaliteitvan persoonlijkheidstrekken.
  • Wat is de NEO-PIR? De Nederlandstalige NEO-PI-R persoonlijkheidsvragenlijst is een geautoriseerde vertaling van de in 1992 uitgekomen revisie van de NEO Personality Inventory van Costa & McCrae. De NEO-PI-R meet de vijf belangrijkste domeinen van de persoonlijkheid bij volwassenen en dertig onderliggende facetten. Met de 240 items van de NEO-PI-R is een veelomvattende beoordeling van de persoonlijkheid bij volwassenen mogelijk.
  • Anzeige
  • Wat is de Edwards Personal Preference Schedule (EPPS)? De Edwards Personal Preference Schedule (EPPS) is een vragenlijst om persoonlijke variabelen te meten. The EPPS provides measures of the following 15 personality variables. 1. Achievement (ach) 2. Deference (def) 3. Order (ord) 4. Exhibition (exh) 5. Autonomy (aut) 6. Affiliation (aff) 7. Intraception (int) 8. Succorance (suc) 9. Dominance (dom) 10. Abasement (aba) 11. Nurturance (nur) 12. Change (chg) 13. Endurance (end) 14. Sexuality (sex) 15. Aggression (agg)