72
Dutch (Fach) / Welkom 1 (Lektion)
Dutch Vokabeln Lektion 1 Welkom
Diese Lektion wurde von Johannahgd erstellt.
Diese Lektion ist leider nicht zum lernen freigegeben.
Anzeige
- Welcome (to) Welkom (in)
- Good morning Goedemorgen
- Everyone allemaal
- course de cursus
- the de
- Dutch Nederlands
- ich ik
- am ben (zijn)
- and en
- your (plural) jullie
- Anzeige
- teacher de docent
- teachers docenten
- you (plural) jullie
- have hebben
- two twee
- other andere
- is is (zijn)
- he hij
- teaches geeft les
- days dagen
- three drie
- we we
- begin / start beginnen
- with met
- get to know kennismaken
- who wie
- are ben (zijn)
- you jij
- what wat
- your (singular) jouw
- Anzeige
- name de naam
- my mijn
- day dag
- your (singular) je
- first name de voornaam
- surname de achternaam
- from uit
- which welk
- country het land
- England Engeland
- come kom (komen)
- neighbour de buurman
- of van
- how (what) hoe
- whats your name? Hoe heet jij?
- is called Heet (heten)
- Where...from Waar...vandaan
- where waar
- live woon (wonen)
- now nu