47
In de Startblokken Nederlands (Fach) / Hoofstuk 15 (Lektion)
Anzeige
- Colombia Kolumbien
- ging (gaan) ging
- her vliegtuig Flugzeug
- duurde (duren ) dauerte
- helaas leider
- logeren wohnen/übernachten
- het pak Päckchen
- veilig sicher
- de tas Tasche
- geweldig großartig/klasse
- Anzeige
- de Koffer Koffer
- dragen tragen
- hat grapje/de grap kleiner Scherz/ Witz
- her raampje/raam Fenster
- net als genau so wie
- vroeger früher
- lekker schön
- buiten draußen
- je heb achter de rug (achter de rug hebben) du hast hinter dir
- achter hinter
- de pony Pony
- de wei Weide
- net wie
- de shetlandpony Shetlandpony
- gezien (zien) gesehen
- het landschap Landschaft
- anders anders
- plat flach
- de berg Berg
- het verschil Unterschied
- Anzeige
- gewend gewohnt
- opletten aufpassen
- zo meteen gleich
- het natuurgebied Naturgebiet
- de natuur Natur
- net gebied Gebiet
- de lucht Luft/Himmel
- schilderijen (het schilderij) Gemälde
- het stukje (het stuk) Stück
- de molen Mühle
- broodjes (het broodje) Brötchen
- gekocht (kopen) gekauft
- onderweg unterwegs
- de kaas Käse
- moe müde
- welterusten schlaf gut
- maak wakker (wakker maken) wecke